|
Beantwoording College over Groningen Arts Festival neemt zorgen D66 niet weg |
|
|
|
donderdag, 12 april 2007 |
Het College laat weten in zijn beantwoording op de vragen van D66 over het Groningen Arts Festival dat dit nieuwe culturele festival geen concurrentie voor Noorderzon zal betekenen, maar dat juist het bestaan van beide festivals naast elkaar versterkend zal werken. D66 maakte zich hier grote zorgen over, de beide festivals vinden slechts een maand na elkaar plaats. De overtuiging van het College heeft deze zorg ook nog niet weg kunnen nemen. Het College geeft ook aan dat draagvlak onder de andere culturele instellingen in de stad en samenwerking met deze instellingen een belangrijk uitgangspunt en randvoorwaarde is voor het slagen van dit festival. De signalen die D66 uit het culturele veld heeft ontvangen wijzen er niet op dat zij zitten te wachten op deze samenwerking voor het nieuwe artsfestival. Verder maakte D66 zich zorgen over de financiering van het festival. Immers een groot deel van het geld zou moeten wegkomen bij sponsoren, sponsoren die niet meer beschikbaar zijn voor de overige culturele instellingen. Hier geeft het College echter nauwelijks antwoord op. Aangegeven wordt dat het nieuwe artsfestival een versterking van de totale culturele infrastructuur in stad zal zijn. D66 is in ieder geval nog niet overtuigd.
VRAGEN
door de leden van de raad gesteld overeenkomstig artikel 38 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Groningen.
2007 - Nr. 19.
VRAGEN van D66 van de heer P.J.R. van der Wilt betreffende Arts Festival.
(Binnengekomen: 13 maart 2007.)
In de raad van 21 februari 2007 heeft de raad besloten een nieuw arts festival te organiseren in Groningen. Dit festival zal een terugkerend festival in oktober zijn. D66 is een cultuurpartij, nieuwe initiatieven juichen wij toe. In de cultuurnota staat wat de verschillende rollen van lokale overheid en cultureel veld zijn. Uitgangspunt van de cultuurnota is dat het lokale bestuur faciliteert richting de culturele sector en zo kruisbestuivingen en dwarsverbanden stimuleert en activeert. Naar aanleiding van commotie in het culturele veld van Groningen over het aanstaande arts festival heeft de fractie van D66 de volgende vragen:
1. Op welk tijdstip is het culturele veld voor het eerst actief op de hoogte gesteld van de komst van een nieuw arts festival?
2. Hoe strookt het, door de gemeente zelf ontplooien van een nieuw festival, met het uitgangspunt van de cultuurnota zoals hierboven beschreven? Kortom, bestaat er nut en noodzaak bij het culturele veld om een nieuw artsfestival te organiseren of is dit een initiatief dat komt vanuit het college van B&W?
3. Noorderlicht heeft ruim voor het besluit per brief aan de wethouder een aantal bezwaren kenbaar gemaakt. Wat is daarmee gedaan alvorens het voorstel tot besluit aan de raad voor te leggen?
4. Groningen heeft al een internationaal aansprekend artsfestival: Noorderzon. Kan het college garanderen dat het nieuwe festival geen concurrentie betekent voor Noorderzon, dat een maand eerder wordt gehouden?
5. Naast de 500.000 euro die de gemeente beschikbaar stelt is er meer geld nodig, dat gevonden moet worden bij subsidies en sponsoren. Subsidies en sponsoren die derhalve niet meer beschikbaar zijn voor het Groningse culturele veld. In hoeverre draagt dit bij aan de versterking van het culturele veld in zijn geheel?
6. Er wordt een externe festival directeur gezocht. Waarom kiest het college niet voor iemand uit het Groningse veld?
7. De eerste editie zal in het teken staan van het lustrum van de schouwburg. De programmering is daarmee voornamelijk gericht op de podiumkunsten. Is er ook plaats voor beeldende kunst?
8. De wethouder heeft aangegeven op korte termijn met de grote vijf culturele organisaties om tafel te gaan. Op welke termijn vindt dit gesprek plaats en heeft dit gesprek ook tot doel om alle organisaties te laten participeren in de totstandkoming van het nieuwe arts festival?
9. Wanneer acht de wethouder dit festival een succes? Hoeveel bezoekers-aantallen zijn daarvoor nodig?
Groningen, 3 april 2007.
Het college beantwoordt de vragen als volgt:
1. De initiatiefnemers van het Groningen Arts Festival hebben vorig jaar een ronde gemaakt langs de grote culturele instellingen.
2. Het aardige is dat het perspectief van deze nota is aangedragen door de culturele instellingen en niet door ons college is bedacht. In de opmaat naar een Nieuw Cultureel Festival is er overleg geweest met het culturele veld. Draagvlak en samenwerking met het culturele veld is ook een belangrijk uitgangspunt en randvoorwaarde voor het slagen van een dergelijk festival. De Oosterpoort/De Stadsschouwburg is nu bezig de samenwerking met het culturele veld te intensiveren. Dit moet leiden tot een gezamenlijk gedragen plan voor de invulling van het Nieuw Cultureel Festival in 2008.
3. De brief namens Noorderlicht hebben wij 20 februari 2007 ontvangen. Deze bezwaren hebben wij in de afweging meegenomen.
4. We zijn ervan overtuigd dat het Groningen Arts Festival naast Noorderzon versterkend kan werken. Met het Groningen Arts Festival in oktober wordt een versterking geleverd op het culturele profiel van de stad. Het Groningen Arts Festival moet niet de identiteit van de overige festivals ontnemen of daarop concurrerend werken. Bij het nieuwe festival maken we gebruik van buiten-podia en bestaande podia. Het is daarom van groot belang samen te werken en af te stemmen met deze organisaties en deze maximaal te betrekken in de totstandkoming van dit nieuwe festival. Samenwerking met Noorderzon is hierbij een must.
5. De ontstane samenwerking van kunstproducenten en -bemiddelaars in de stad en het geloof dat we met elkaar zoiets kunnen verwerkelijken, kunnen een belangrijke meerwaarde voor het kunstzinnige en culturele klimaat in de stad opleveren. Het Nieuw Cultureel Festival is een voorbeeld waar juist een beroep wordt gedaan op de totale culturele infrastructuur, en niet op één of enkele instellingen. De samenwerking en versterking van het culturele klimaat in Groningen is de winst van een dergelijk nieuw festival en daarmee een versterking van de culturele infrastructuur. Het Groningen Arts Festival is opnieuw een uiting dat er niets boven Groningen gaat. Groningen is een ambitieuze, eigenzinnige en verrassende stad die een herkenbaar sterk cultureel beleid voert. Het potentiële sponsorveld is ook al in een eerste oriëntatie in kaart gebracht.
6. Een aparte stichting gaat het festival verder invullen en organiseren. De stichting Groningen Arts Festival i.o. is verantwoordelijk voor de organisatiestructuur van het festival.
7. Het Groningen Arts Festival onderscheidt zich door nieuwe presentatievormen en richt zich tijdens de eerste editie in eerste instantie op de podiumkunsten. Toevoeging vanuit andere disciplines is niet uitgesloten. Tijdens een volgende editie kunnen verschillende disciplines zoals beeldende kunst, architectuur, stedenbouw, dans, cross-overs en multidisciplinaire combinaties en muziek meer expliciet een plek krijgen.
8. Op zaterdag 24 februari 2007 is met de kernparticipanten De Oosterpoort/De Stadsschouwburg, Grand Theatre en Noorderzon gesproken. Tijdens dit gesprek is gesproken over het artistieke profiel en het invullen van de organisatie. Daarbij zullen steeds meer partijen gevraagd worden. Het festival heeft een functie om de samenwerking die er al is, te intensiveren. Natuurlijk maken we gebruik van de bestaande podia en daar aanwezige kennis, expertise en professionele netwerken in de stad.
9. Inhoudelijk willen we met dit festival Groningen positioneren als een internationale cultuurstad en de Groningse culturele instellingen de ruimte bieden om zich op (inter)nationale schaal te presenteren. We willen tevens een kwalitatief hoogwaardig, althans bijzonder programma realiseren dat ook nationale aantrekkingskracht heeft. Daarnaast willen we nieuwe ervaringen opdoen rond samenwerking van instellingen binnen de stad rond culturele programmering en promotie. We willen ook weten welke exposure het festival heeft opgeleverd (nationaal en internationaal). Als het programma bekend is, willen we het publieksbereik en bezoekersaantallen in relatie tot de programmering nader gaan invullen.
|