|
Naar aanleiding van het D66 Dance Manifest vraagt de fractie aandacht voor de levendige dance-scene in Groningen. D66 wil deze creatieve industrie een hart onder de riem steken en meehelpen het te ontdoen van haar negatieve imago.
Groningen, maandag 14 juni
Geachte College,
Nederland danst! En niet zo een beetje ook, met elf duizend arbeidsplaatsen en een omzet van 500 miljoen euro levert de dance-industrie een behoorlijke bijdrage aan de economie en heeft Nederland er een exportprodukt van jewelste bij. Bovendien is de dance-sector een belangrijke exponent van de hedendaagse jongerencultuur en misschien wel een van de weinige multiculturele successen.
Ook de Groningse ‘scene’ bruist van nieuwe initiatieven op het gebied van dance. De Zapclub, de Puddingfabriek, Club Pepper in Huize Maas, Club 29, Urban House, Club Plus in het oude waterleidingsbedrijf, de megafeesten in Kardinge en Martini Plaza, New Attraction en talloze andere ‘dance events’maken dat Groningen ook op het gebied van dance een regiofunctie en een voortrekkersrol heeft.
Toch heeft de dance-industrie in de media een negatieve klank. Drugs, overlast, slechte infrastructuur wordt met de dance-scene op een lijn gezet. De realiteit is dat er duizenden feesten in goede harmonie en professioneel worden georganiseerd. Dit ondanks de moeilijkheden waarmee organisatoren telkenmale worden geconfronteerd. Wisselende vergunningenstelsels, verwarrende belastingmaatregelen, ondoorzichtige regelgeving, en onduidelijkheden over de verantwoordelijkheid over veiligheid van bezoekers.
De D66-fractie stelt u naar aanleiding van het hierboven gestelde de volgende vragen.
1. Heeft het College van B&W kennisgenomen van het D66 Dance Manifest dat op vrijdag 18 juni in Amsterdam is gepresenteerd? Hierin wordt gepleit voor eenduidige criteria voor de dance-industrie, investeren in de creatieve industrie, het nemen van verantwoordelijkheid voor- en op volwassen wijze benaderen van de dance? Wat is uw reactie op dit manifest?
2. Deelt het College van B&W de mening dat het creëren van een platform tussen overheid en vertegenwoordigers van de dance ten goede zal komen aan de veiligheid van de bezoekers van evenementen? Zo ja, bent u bereid op structurele wijze in overleg te treden met de dance-industrie over mogelijkheden en belemmeringen voor deze bedrijfstak binnen de gemeente?
3. Deelt het College van B&W de mening dat er landelijk een codecommissie moet worden ingesteld om te komen tot eenduidige criteria voor dance evenementen zodat er een verbetering kan optreden op de gebieden als veiligheid, gezondheid, drugs, geluidsoverlast en(openbaar-) vervoer? Als het College deze mening deelt is het College bereid om dit bij de VNG te bevorderen?
4. Is het College van B&W bekend met de kenmerken van de creatieve industrie? Acht het College van B&W het belangrijk deze in de gemeente te stimuleren? Is er een rol weggelegd voor Marketing Groningen om de dance-industrie te vergroten en tevens Groningen te promoten als de dance-stad van het Noorden? Welke rol kan de dance spelen bij het stimuleren van de creatieve industrie in de gemeente?
5. Het creëren van creatieve industrieterreinen kan leiden tot een oplossing op de huidige problematiek die dance-organisatoren ondervinden. Aan welke oplossingen denkt het College om de sector te helpen? Hoe denkt het College over het creëren van creatieve industrieterreinen?
Namens de fractie van D66,
Thomas van Dalen en Joris van den Wittenboer
|