|
Aan het college van B&W van de gemeente Groningen
Groningen, 2 oktober 2003
Geacht college,
Op 11 juni jl. is in de raadscommissie Werk en Inkomen de nota ‘Naar een effectief reïntegratiebeleid’ besproken. Conclusie na de behandeling van de nota is, dat het college van de raad het mandaat krijgt om bij instellingen die gesubsidieerde werknemers in dienst hebben te inventariseren welke mogelijkheden er bij de instellingen zijn om banen om te zetten in reguliere banen, welke banen er aangemerkt kunnen worden als gesubsidieerde maatschappelijke banen en welke banen omgebouwd worden tot reïntegratiebanen.
In de voortgangsrapportage ID-ombouwactie d.d. 9 september jl. deelt u de raad mee dat op dit moment met alle organisaties individuele gesprekken worden gevoerd, waarin de situatie wordt toegelicht en de opties op een rij worden gezet. Na afronding van de gesprekken ontvangen de instellingen een gespreksverslag waarin de afspraken rondom de ombouw van ID-banen zijn vastgelegd. In diezelfde rapportage meldt u er bij dat deze afspraken onder voorbehoud van goedkeuring van de raad zijn.
De laatste dagen ontvangen ons van verschillende instellingen zorgwekkende signalen.
Daarbij vallen drie zaken op. Ten eerste zijn er instellingen die tijdens de gesprekken de indruk krijgen dat de toekomstige invulling nog geheel open is of zelfs heel positief lijkt, terwijl in de brief van Weerwerk die daarop volgt de voor hen negatieve uitkomst wordt gemeld dat zij niet in aanmerking komen voor maatschappelijk nuttige banen. Ten tweede zijn er instellingen die van medewerkers van de gemeente nu al horen dat zij na 1 januari 2004 op geen enkele baan meer hoeven de rekenen. Weer een andere instelling heeft het personeel al op gebak getrakteerd, omdat hen is toegezegd dat alle ID-banen behouden blijven.
Wij zijn uiterst verbaasd om deze signalen van instellingen te krijgen. Immers, de afspraak tussen raad en college is dat er eerst een inventarisatie wordt gemaakt. Voorts is er een raadsbreed verzoek gedaan om op voorzet van het college te debatteren over de criteria en de wens een discussie in de raad plaats te laten vinden over wat maatschappelijk nuttig is. Daarmee krijgen instellingen beargumenteerd duidelijk waarom zij wel of niet in aanmerking komen voor reïntegratie- of maatschappelijk nuttige banen.
Wij verzoeken het college om antwoord te geven op de volgende vragen:
-
welke criteria voor maatschappelijk nuttige banen gebruikt u bij de gesprekken met de instellingen?
-
hoe kan het in hemelsnaam gebeuren dat u criteria toepast die nog niet door de raad zijn vastgesteld en daarmee dus de gemeenteraad passeert?
-
kunt u uitleggen waarom u nu al toezeggingen aan instellingen en afwijzingen geeft, terwijl de raad de politieke kaders nog moet bepalen over de vraag wat wel of niet maatschappelijk nuttig werk is?
Wij verzoeken u om uiterlijk maandag de raadscommissie middels een brief op de hoogte te stellen van de stand van zaken en bovenstaande vragen te beantwoorden. Vervolgens kan de brief van het college geagendeerd worden voor de raadscommissievergadering Werk en Inkomen van 8 oktober a.s.
Hoogachtend,
Lotte Bruins Slot, Rosita van Gijlswijk, Drewes de Haan
|