|
Verstevig de positieve aspecten van Groningen@Work |
|
|
|
zondag, 18 september 2005 |
|
Het college heeft onlangs het project Groningen@work geevalueerd. Dit project moest er voor zorgen dat de jeugdwerkloosheid terug werd gedrongen en dat meer jongeren hun school afmaakten. Hierbij werden ze vanaf het eerste contact met het CWI intensief begeleid bij het zoeken naar werk en moesten ze alvast arbeidsritme opdoen door niet-concurrerend werk te doen (het bekende gordijnhaken rijgen). Het College heeft op basis van de evaluatie besloten dat het project utgebreid moet worden naar de groep tot 30 jaar en uiteindelijk naar iedereen. Echter er vallen nog de nodige vraagtekens te zetten bij de positieve resultaten die de evaluatie te zien gaf.
De evaluatie toont ons dat de jeugdwerkloosheid in de stad sneller gedaald is dan in de rest van Nederland en legt dit positieve resultaat geheel bij dit project. Maar gezien over de gehele linie is de werkloosheid in de stad meer afgenomen dan in de rest van Nederland. Dit resultaat kun je dus niet geheel koppelen aan Groningen@work. Jammer is dat de evaluatie hier verder niet op ingaat. Ook mist er een vergelijking met andere projecten die succesvol zijn gebleken.
Dan de specifieke werk-component van Groningen@work, het gordijnhaken rijgen. In de evaluatie is niet onderzocht of dit onderdeel nu veel invloed heeft op het uiteindelijke resultaat en er is al helemaal niet gekeken naar een mogelijke invloed op andere groepen werkzoekenden. Ook dit vind D66 een gemiste kans.
Natuurlijk zitten er wel positieve kanten aan Groningen@work en de evaluatie benoemt deze ook. Er is nu eindelijk bij de specifieke partners die verantwoordelijk zijn voor het traject van het verkrijgen van een uitkering tot het verkrijgen van werk, meer besef dat de samenwerking hier een cruciale rol speelt. Het direct focussen op het verkrijgen van werk werpt zijn vruchten af. Ook de directe hulp voor de jongeren bij het solliciteren en het zoeken speelt een rol. Eigenlijk kun je concluderen dat van beide kanten een activere rol zijn vruchten afwerpt.
Dat zijn dus ook de aspecten waar het College zich op zou moeten richten. Zeker ook omdat het vinden van geschikt werk al een probleem bleek te zijn. Het werk mag namelijk niet concurrerend zijn en moet wat D66 betreft ook niet een reden zijn voor sommige werkgevers om werkzaamheden die nu regulier gebeuren te laten doen binnen het kader van deze projecten.
|