|
27-03-2004 Boris
Dittrich riep de leden van D66 tijdens het congres op om een standpunt
over de Waddenzee in te nemen op basis van feiten en argumenten. Een
aanpak die bij D66 past. De beoordeling van feiten en argumenten doe je
echter op basis van bepaalde uitgangspunten. De drie D66-regio’s die de
Waddenzee omarmen –Groningen, Fryslân en Noord-Holland- geven in dit
stuk weer wat hun uitgangspunten zijn. Op basis van deze uitgangspunten
zullen wij het rapport Meijer beoordelen. De
Waddenzee is een uniek natuurgebied. Het is de rustplaats voor
miljoenen vogels op hun trek naar het Zuiden en de kraamkamer voor
talrijke vissoorten uit de Noordzee. Zoet-zout-overgangen, kwelders,
kreken en duinlandschappen vormen bijzondere biotopen voor
plantensoorten die bijna nergens anders voorkomen. Het
bijzondere karakter van de Wadden wordt voor een belangrijk deel
bepaald door het hoogteverschil met de Noordzee. Vandaar ook dat
gaswinning en mogelijke bodemdaling een gevoelig onderwerp is. Nu de
zeespiegel harder stijgt dan voorzien, moeten we extra goed oppassen
dat dit effect niet nog eens versterkt wordt door een bodemdaling in de
Waddenzee. Het
rapport Meijer stelt dat winning van gas geen grote milieuschade met
zich meebrengt. Dat is een wetenschappelijk oordeel. Aan ons het
politieke oordeel: wanneer is voor D66 sprake van onaanvaardbare
milieuschade en risico’s? Op het moment dat vogels bij hoog water niet
meer kunnen vluchten naar hoger gelegen plaatsen, op het moment dat
plantensoorten verdwijnen omdat van brak water of kreekjes geen sprake
meer is, op het moment dat de vissen niet de Waddenzee trekken omdat de
voedingswaarde van dat gebied afneemt, is sprake van milieuschade. Wat
betreft de aanvaardbaarheid van risico’s geldt het volgende: we hebben
maar één Waddenzee. Daar willen wij zo min mogelijk risico mee nemen.
Bij het winnen van gas blijft daarom voor ons het “Nee, tenzij”
principe gelden. De Noordelijke provincies vragen zich af in hoeverre
overtuigend kan worden aangetoond dat de situatie in het Wad anders is
dan de provincie Groningen waar de gevolgen van bodemdaling als gevolg
van gaswinning het afgelopen jaar duidelijk zichtbaar werden. In
de discussie over gaswinning duiken met enige regelmaat ook economische
argumenten op. Hans Alders (CvdK in Groningen) stelde voor de opbrengst
van Waddengas te gebruiken voor innovatie in de energiesector,
bijvoorbeeld voor een waterstoffabriek in de Eemshaven. Alders wil
daarmee feitelijk opnieuw milieuwaarden uitruilen tegen economische
waarden. D66 vindt dat economische argumenten in de discussie over de
toekomst van de Waddenzee geen rol mogen spelen. Milieuwaarden kunnen
tegen milieuwaarden worden uitgeruild, maar alleen als daarmee winst
wordt behaald voor de Waddenzee. Slechts wanneer uit wetenschappelijk
onderzoek blijkt dat gaswinning geen onoverkomelijke milieuschade met
zich meebrengen, terwijl de politieke discussie duidelijk maakt dat de
opbrengst wordt ingezet voor een aanzienlijke verbetering van het
milieu van de Waddenzee, is het bespreekbaar dat er gas wordt gewonnen.
De
provinciale statenfracties van D66 in Groningen, Fryslân en
Noord-Holland willen de discussie over de toekomst van de Waddenzee met
beide handen aangrijpen om voor het eerst in decennia te komen met
concrete voorstellen voor investeringen in het Waddengebied in plaats
van onttrekkingen. Als het aan ons ligt komt er nu eindelijk een verbod
op de mechanische kokkelvisserij, wordt gestopt met het winnen van zout
en vinden militaire oefeningen niet meer plaats. Zoet-zout-overgangen
aan de kust worden hersteld en ecotoerisme, dat het bewustzijn over de
waarde van het Waddengebied bevordert, wordt gestimuleerd. Deze
voorstellen blijven van kracht wanneer we op basis van het rapport
Meijer besluiten dat gaswinning niet wordt toegestaan. Want, zoals
Boris Dittrich zei: “Voor D66 staat voorop dat het Waddengebied een
uniek natuurgebied is dat behouden moet blijven en beter beschermd.
Maar één ding is nu al duidelijk. Als we niets doen, zal de situatie in
het Waddengebied verder verslechteren.” Lotte Bruins Slot,
namens de drie noordelijke provinciale statenfracties en de afdeling Groningen-Stad
|