Home arrow Volkshv/RO/Milieu
Welkom op de website van D66 Groningen-stad 
 

Grote Markt 1
9712 HN GRONINGEN
(050) 313 07 49
Home|Afdeling Groningen-stad|Column|Links|Contact|Petitie

© By D66 Groningen en
Designerhosting.nl

D66 wil duurzamer Meerstad Afdrukken E-mail
donderdag, 4 september 2003

04-09-2003

D66 krijgt van het college antwoord op 20 schriftelijke vragen over de nieuwe wijk Meerstad. D66 hoopt daarmee meer aandacht te krijgen voor ecologische en sociale duurzaamheid. Zo willen de democraten op een positieve manier bijdragen aan een mooi en doordacht plan.

De belangrijkste punten zijn voor D66: een meer aaneengesloten –dus kwalitatief betere- ecologische verbinding tussen Midden-Groningen en Noord-Drenthe, een vanaf het begin duurzame opzet van de wijk en meer duidelijkheid over voorzieningen zoals scholen, sportvelden en zorg.

Lotte Bruins Slot, raadslid D66, gaat er wat dieper op in: “Ten eerste willen wij net als de natuurorganisaties een bredere ecologische verbinding door Woudbloem. Alleen zo draagt Meerstad werkelijk bij aan een natuurgebied dwars door Groningen en Drenthe. Een ecologische verbinding om Harkstede heen lijkt heel mooi, maar als je bedenkt wat dieren moeten kruisen voor ze de overkant van de A7 bereiken: woningen op 100 meter afstand, een verbindingsroute, gebruiksgroen in plaats van ecologische natuur en tot slot nog met een viaduct of tunnel de snelweg over. In Woudbloem is er gewoon meer rust. D66 snapt dat het verplaatsen van de landbouw in Woudbloem heel gevoelig ligt, maar vindt dat we in ieder geval moeten proberen om daarover te onderhandelen. Zoveel mogelijkheden om daar in de toekomst uit te breiden zijn er ook weer niet, terwijl op de lange termijn dat natuurgebied wel veel potentie heeft.”

“Ten tweede willen we meer aandacht voor een vanaf het begin duurzame opzet van de wijk. Je moet hier niet alleen denken aan bijvoorbeeld het gebruik van zonnepanelen, maar ook aan het doorrekenen van de beste routes voor auto’s en fietsen. Verkeersprestatie op Locatie heeft dat. Hiermee kun je soms wel tot 40% aan CO2-gebruik per jaar besparen! En dat elk jaar weer opnieuw.”

“Tot slot willen wij meer aandacht voor de sociale duurzaamheid van Meerstad. Gaat zo’n wijk leven? Zijn er voldoende voorzieningen, hoe ziet de openbare ruimte eruit, voelen bewoners zich betrokken bij hun buurt? Vaak zijn dit soort dingen de sluitpost in een wijk, wij willen dit nu al regelen. Een mooie manier om een levendige buurt te krijgen is trouwens particulier ontwikkelen. Mensen wonen gemiddeld langer in huizen die ze zelf hebben ingedeeld en hebben vanaf het begin meegedacht over hun woonomgeving. Dat levert hele actieve, betrokken burgers op.”

 

20 Vragen over Meerstad

Gesteld door D66 tijdens de commissievergadering
Ruimte en Verkeer op woensdag 3 september 2003

Ecologische duurzaamheid

1. In het voorkeursalternatief gaat men uit van een ecologische hoofdstructuur die bestaat uit twee delen: de zogenaamde haak om Harkstede met het grijsgroene kruispunt en het gebied door Woudbloem tegen Midden-Groningen aan. Het meest milieuvriendelijke alternatief (MMA) kiest voor een bredere, aaneengesloten ecologische verbinding tegen Midden-Groningen aan. D66 geeft sterk de voorkeur aan het laatste. De landbouwgrond die hier in het MMA verdwijnt, kan volgens D66 worden gecompenseerd ten oosten van het meer boven het Slochterdiep. Na de aanleg van het meer zal dit gebied bovendien geschikter voor landbouw zijn dan Woudbloem. Het verhoogde waterpeil in het meer leidt er immers toe dat dit gebied droger wordt, terwijl Woudbloem o.i.v. het nieuwe grondwaterpeil nog natter wordt dan het al is. De hier aanwezige boeren zullen dus langer droog moeten malen voordat het land kan worden bewerkt. D66 beseft dat (opnieuw) verplaatsing van landbouwbedrijven zeer gevoelig ligt, maar ziet wel degelijk ruimte voor onderhandelingen. Is het college bereidt om deze onderhandelingen te openen?


2. D66 vindt het een gemiste kans dat in het concept-masterplan de landbouwgronden ontbreken in de natuurbeschouwing. In de bijlage wordt natuurbeheer wel even aangestipt maar een duidelijke keuze om in te zetten op duurzame landbouw blijft achterwege. De bijlage geeft al aan hoe belangrijk hoe noodzakelijk de stimulerende rol van de overheid hierin is. D66 denkt hier niet alleen aan de aanleg of het in stand houden van houtwallen, brede sloten en zandpaadjes, maar ook aan een milieuvriendelijke manier van bemesten, maaien en afwateren. Dit is des te meer van belang wanneer de bij vraag 1 genoemde onderhandelingen niet slagen. Op deze manier kan de landbouw substantieel bijdragen aan de natuur in plaats van een barriere te vormen tussen twee natuurgebieden. Is het mogelijk, binnen het totaal-budget of met behulp van extra subsidies, geld te reserveren om duurzame landbouw te stimuleren en de landbouwgronden integraal deel uit te laten maken van de ontwikkeling van natuurgebieden ten oosten van het meer?


3. De aantrekkingskracht van wonen in Meerstad bestaat voor een belangrijk deel uit haar aan het meer met aan de overkant een groot natuurgebied. Om tot wasdom te komen heeft natuur enige tijd nodig. Het gebied aan de oostzijde van het meer wordt vanaf 2005 ontwikkeld. Het concept geeft niet aan wanneer dit gebied klaar moet zijn. Ook is onduidelijk, wanneer precies met de aanleg van fase 2 wordt begonnen. Heeft het natuurgebied al voldoende aantrekkingskracht op het moment dat fase 2 klaar is en de eerste mensen daar gaan wonen?


4. Bij de aanleg van het meer verdwijnt 65 ha natuurgebied. Het concept stelt dat compensatie buiten het plangebied plaats zal vinden, maar niet waar en wanneer dit het geval zal zijn. Is het college met D66 eens dat dit op zijn minst formeel geregeld moet worden voor het natuurgebied verdwijnt? Oneens met stelling concept dat compensatie voor afbraak natuur gezocht moet worden buiten landbouw en buiten Meerstad.

Water als drager

5. Het meer ten noorden van het Slochterdiep zal pas worden gegraven na 2012. Wat betekent het graven in fasen voor de stabiliteit van het ecosysteem dat zich tegen die tijd heeft gevormd in het reeds bestaande gedeelte van het meer?


6. Een kwetsbaar ecosysteem van het meer kan bij noodberging vele jaren nodig hebben om te herstellen. Is dit aantal jaren terug te brengen door duurzame landbouw te stimuleren zodat de afgifte van fosfaten minder wordt?

7. De MER stelt dat het meer zo groot is in noordoostelijke richting dat er bij wind een golfslag ontstaat met ongewenste effecten voor het ecosysteem. Deze effecten worden nog eens versterkt doordat de woonwijk in het Noordoosten van Meerstad veel inhammen en sloten kent. In hoeverre is er rekening gehouden met bijvoorbeeld de opeenhoping van blauwalg in de eerste onstabiele jaren van het ecosysteem? Kan deze oever ook strakker worden gemaakt?


8. In het Zuiden van Meerstad is plaats voor woningbouw in de kwelzone. Wat zijn de gevolgen hiervan voor de natuurwaarde van de kwelzone en wat zijn de gevolgen bij hoogwaterstand voor de woningen?

Een duurzame infrastructuur

9. In het concept wordt nog steeds uitgegaan van een tramverbinding tussen stad en Meerstad. De kansen voor het Kolibri lijken inmiddels gekeerd. Ook daarvoor was de rendabiliteit van een tramlijn al onderwerp van discussie. D66 hoopt uiteraard dat er uiteindelijk alsnog een tramlijn “Strand” komt, maar veel belangrijker vindt zij dat er reeds voor de eerste bewoners van Meerstad een goede OV-verbinding beschikbaar is. Fasering van de aanleg van het openbaar vervoer ontbreekt in het concept. Wanneer is de HOV-as klaar en wanneer wordt begonnen met inzetten van bussen op de andere lijnen?


10. Meerstad kent een omvangrijk netwerk van OV-, auto- en fietsroutes. Een uitstekende en beproefde manier om te kijken of voor de meest duurzame en veilige routes is gekozen is het rekeninstrument Verkeersprestatie op Locatie (VPL). Hiermee kan tot wel 40% CO2-uitstoot worden bespaard en dat voor elk jaar dat in Meerstad gewoond en gewerkt wordt. D66 wil graag weten of bij het ontwerp van deze infrastructuur gebruikt is gemaakt van VPL en, zonee, of het college bereid is om dit instrument alsnog toe te passen voor fase 2 begint?


11. D66 vindt het idee van een veerpontje leuk, maar heeft twijfels bij de economische haalbaarheid ervan. Vooral recreatieve fietsers zullen hier immers gebruik van maken. Verwacht het college dat de aanleg van een veerpont rendabel zal zijn? Zonee, hoe denkt men dan een verbinding met de overkant van het meer tot stand te brengen?

Duurzame woningbouw

12. Aan de ene kant wordt in het plan steeds gesproken over een diversiteit aan woonmilieus en verschillende woondichtheden; aan de andere kant zie je steeds het woordje suburbaan terugkomen. Wat D66 in ieder geval niet wil, is een eindeloze herhaling van grote vrijstaande woningen op te kleine kavels. Meerstad zou ook op buurtniveau een grote diversiteit moeten kennen, waarbij bijvoorbeeld appartementen net zo goed een plaats hebben als twee-onder-een kappers. Hoeveel verschillende woningtypen denken de ontwikkelaars van het gebied ook buiten het centrum te realiseren?


13. D66 gaat uit van het principe dat in de EHS niet mag worden gebouwd. Waarom is toch gekozen voor woningbouw in de Hamwegzone en is het niet beter deze woningen te concentreren in het hart van Meerstad zodat daar meer draagvlak ontstaat voor voorzieningen en een HOV-as?


14. In de bijlage van het concept worden een aantal mogelijkheden uitgezet voor duurzame woningbouw. Kan het college een lijst geven van concrete acties met aantallen die op dit gebied zullen worden ondernomen?


15. Essentieel voor een duurzame opzet van Meerstad is de energievoorziening. De bijlage geeft al aan dat Besluit Aanleg Energie Infrastructuur (BAEI) een goede manier is om de energievoorziening aan te besteden. Is het projectbureau dit ook daadwerkelijk van plan en, zonee, waarom niet? Ook het EPiB (Energieprestatie in Beeld) of het uitgebreidere OEI-model van Novem is een waardevol instrument maar deze moet wel worden ingezet op het moment dat er nog veel keuzemogelijkheden openstaan. Nu dus.


16. Aansluitend op de vorige vraag: langs de huidige roeibaan staan een aantal windmolens. Blijven deze in het nieuwe Meerstad overeind staan?


17. Meerstad biedt volop kansen voor particuliere ontwikkeling, een vorm van woningbouw die als voordeel grote (sociale) duurzaamheid en keuzevrijheid kent. De bijlage van het concept Masterplan geeft al aan dat in een vroeg stadium hiervoor gronden gereserveerd dienen te worden. Hoe gaat het projectbureau dit concreet aanpakken?

Sociale duurzaamheid

18. D66 vindt dat het concept onvoldoende aandacht besteedt aan voorzieningen. Waar in de bijlage duidelijk wordt aangegeven dat reeds in een vroeg stadium onrendabele ruimte moeten worden gereserveerd voor bijvoorbeeld scholen, kinderopvang, speelruimte, sportvelden, parkeerruimte en zorgvoorzieningen, ontbreken deze in het kaartje geheel. Sportvelden nemen toch al gauw zo’n 15 hectare in, de behoefte van buiten Meerstad dan nog niet eens meegerekend. Is het college het met D66 eens dat nu reeds moet worden aangegeven waar welke voorzieningen moeten komen? Zonee, op welk moment denkt het projectbureau dat dit moet worden geconcretiseerd?


19. Hoewel Meerstad zich vooral richt op de midden en hogere inkomens, is het voor de sociale duurzaamheid van belang dat ook mensen met een lager inkomen een plek kunnen vinden in de nieuwe wijk. Is het gelukt, en zoja, waar en op welke manier, om minimaal de beloofde 10% sociale woningbouw te realiseren?

Inspraak

20. Is het college het met D66 eens dat de inspraakperiode wel erg kort volgt op het beschikbaar komen van de plannen voor de bewoners en dat deze, indien enigszins mogelijk, moet worden verlengd of opgeschoven?

 
Schotschrift MÉÉR GROEN, MÉÉR STAD; over het toekomstige Meerstad Afdrukken E-mail
donderdag, 29 mei 2003

MÉÉR GROEN, MÉÉR STAD

EEN SCHOTSCHRIFT VAN D66 OVER MEERSTAD


Waarom?

De discussie over Meerstad is nog maar in een beginstadium, maar dreigt al te verstarren op weg naar een confrontatie. De SP heeft al een mantelorganisatie opgezet om een referendum te initiëren en de wethouder benadrukt dat de enige weg uit de (dreigende) woningnood bestaat uit zo snel mogelijk nieuwbouw plegen, met name in Meerstad. De confrontatie lijkt geschapen. Meerstad: veel grote kavels, vrijstaande woningen en lage bebouwingsdichtheid of een socialistisch realistisch VerscHuurstad. Zwart-Wit, PvdA versus SP, buigen of breken. Nou voor D66 hoeft dit even niet. Een keuze tussen een karikatuur van Sminks plannen en Verschurens ideeën is niet de juiste vraag en daarom wil D66 zijn ideeën over Meerstad uiteen zetten en de discussie daarmee verder op weg helpen naar een goed plan voor Meerstad.

Welke doelen moet Meerstad dienen?

· Meerstad moet woonruimte bieden aan Stadjers.
Het aantal Stadjers groeit. Het aantal bewoners per woning daalt en er worden in het kader van de wijkvernieuwing oude, of kleine of minder gerieflijke woningen samengevoegd of gesloopt. Al die ontwikkelingen leiden tot een versterkte vraag naar woningen. Daarvoor moet er aan nieuwbouw gedaan worden. Dat staat niet ter discussie en ook dat daarvoor in de nabijheid van Middelbert een nieuwe woonwijk komt roept nauwelijks verzet op.Zelfs de behoefte om een wijk te bouwen, die meer dan in het verleden rekening houdt met het (leef)milieu staat buiten kijf. Het besef dat vele woonwijken uit de jaren zestig en zeventig nu al toe zijn aan een ingrijpende herstructurering heeft bij iedereen geleid tot de behoefte om van Meerstad een wijk te maken met voldoende interne veerkracht om voor langere tijd een aantrekkelijk, waardevol woon- en leefklimaat te bieden. De geesten scheiden zich over hoe je een wijk moet maken die over vijftig jaar ook nog aan de eisen des tijds voldoet.

· Meerstad moet een aantrekkelijk woon- en leefklimaat bieden dat aansluit bij de woonwensen van (potentiële) Stadjers.

· Meerstad moet de voorzieningen bieden die wonen in de Stad in positieve zin onderscheid van wonen op het omliggende platteland;
o Voldoende scholen
o Voldoende winkelgelegenheid in de onmiddellijke nabijheid
o Goede sociaal culturele voorzieningen op geringe afstand
o Goede sportfaciliteiten in de buurt
o Goede fiets- en OV verbinding met het stadscentrum
o De nabijheid van de Stad met al zijn voorzieningen

· Meerstad moet een leefmilieu hebben dat bijdraagt aan de sociale en ecologische duurzaamheid van de buurt. Dat wil zeggen:
o Een gevarieerd woningaanbod voor starters tot en met ouderen
o Een zo goed mogelijke menging tussen sociale en particuliere woningbouw
o Optimale aandacht voor de woonwensen van de (toekomstige) bewoners

Voor dit laatste geldt dat marktwerking in de bouw niet moet leiden tot het versterken van de positie van bouwers en ontwikkelaars, die een relatief korte termijn belang hebben, maar met name voor de woonconsument meer invloed moet betekenen. Particulier opdrachtgeverschap, experimenten met het wilde bouwen.
o Duurzaam bouwen is een term die geassocieerd wordt met ecologie en energiebesparing. D66 vindt dat te beperkt. Een sociaal krachtige en weerbare wijk met bij de buurt betrokken bewoners zal minder last hebben van verloedering en dergelijke en dus letterlijk duurzamer zijn dan een wijk waar dat niet voor geldt. Anderzijds geldt dat een vitale stadsecologie evenzeer aan de kwaliteit van de buurt bijdraagt als een opgeruimde, schone openbare ruimte. Energiezuinigheid leidt tot wooncomfort, een gezond binnenmilieu tot gezondere bewoners. Sociale en sociaal-culturele duurzaamheid en milieutechnische duurzaamheid kunnen elkaar versterken
o De openbare ruimte in Meerstad moet een bijdrage zijn aan de vitaliteit van de buurt, niet een omhangplek voor elders ongewensten, maar een verblijfs- en ontmoetingsplek voor alle buurtbewoners van jong tot oud. Bij het ontwikkelen van de woonwijk mag de openbare ruimte niet de sluitpost zijn. Uitgangspunt van het denken moet zijn, dat een woonhuis in de Stad' al was het enkel door de grondprijs, dikwijls duurder is dan op het platteland. Daarom moet je niet alleen ruimte voor huizen maken, maar ruimte om te leven. Dàt is de aantrekkelijkheid van wonen in de stad. Aannemers verkopen huizen, overheden 'verkopen' woonwijken.


De voorlopige plannen voor Meerstad en de doelstellingen.

Meerstad is mede ontstaan uit het plan Max Laadvermogen, dat uitging van drijvende woningen op een vergrootte Middelberterplas. In het kader van het Stimuleringsfonds intensief ruimtegebruik (StIR) heeft de gemeente hier zelfs een prijs mee gewonnen, maar in de huidige schetsen wordt gesproken van een bebouwingsdichtheid van ongeveer twaalf woning per hectare (de Villabuurt heeft er 9/ha., het Hoornse Meer 60 en de norm voor Vinex is 30 woningen per hectare). Dat sluit goed aan bij de wens van velen om ruimer te wonen ( voor de bouwwereld betekent dat vrijstaand en twee onder een kap). D66 streeft niet naar het keurslijf dat de Vinexnormen zijn gebleken, maar wij stellen wel een aantal randvoorwaarden. Eén daarvan is dat Meerstad een goede fiets en OV verbinding moet hebben met de rest van de Stad. Een hoogfrequente busverbinding rendabel uitbaten vraagt volgens deskundigen om een bevolkingsdichtheid van rond de 15.000 mensen of meer in een dichtheid van 30 à 40 woningen per hectare. Bij voorkeur met een tracé, dat óók dient voor de ontsluiting van een bedrijventerrein (dan heb je passagiers in beide richtingen).

Dilemma's of kansen?

Leidt dit dan toch tot de Verschuren-Smink tegenstelling? Niet als je uitgaat van de basisgedachte van Stedenbouw. Ontwikkel een wijk aan de hand van de behoeften waarin je wilt voorzien.
· Een (woon)wijk (dus ook Meerstad) moet de natuurlijke gesteldheid van de locatie zoveel mogelijk respecteren en benutten. Vestingbouwers als Van Coehoorn en Vauban die de eerste moderne stedenbouwers waren, leren dat al. Voor ons is dat niet een militair, maar een ecologisch programmapunt.
· De drager van de wijk is de waterhuishouding. Dat is de belangrijkste factor voor een gezonde (stads)ecologie.
· Dan moet de ontsluiting van de wijk uitgewerkt worden. De kwaliteit van interne ontsluiting voor voetgangers en fietsers en extern voor fietsers en Openbaar vervoer moeten voorrang hebben op de auto-infrastructuur.
· Dan volgt de schets van de voorzieningen, winkels, dienstverlening, sociaal-culturele voorzieningen, scholen, openbare ruimte, sport- en spelfaciliteiten etc.
· Dan moet het woningbouwprogramma ontwikkeld worden met aandacht voor de volgende punten
o Betrokkenheid van toekomstige bewoners. Dat kan via vormen van samenspraak, via particulier opdrachtgeverschap (individueel en collectief) en via overleg met organisaties van woonconsumenten
o Aansluiting op de ontwikkelingen op de regionale woningmarkt (met name de wijkvernieuwing en de doorstroomeffecten van de nieuwbouw)
o Drievoudige duurzaamheid: er moet in principe voor iedere fase van een wooncarrière woningaanbod in de wijk zijn (van starters tot senioren), de wijk moet milieuvriendelijk en energiezuinig zijn, en de wijk moet de infrastructuur hebben waarop een goede sociale cohesie op kan ontstaan en voortbestaan
o Het aanbod van woningen moet men niet alleen selecteren uit het bestaande woningaanbod van ontwikkelaars en bouwers. D66 vindt dat er bij de ontwikkeling van de wijk Meerstad niet uitgegaan moet worden van (lage) bebouwingsdichtheid als een consumentenwens, maar van de èchte consumentenwensen, dat wil zeggen woon- en leefruimte binnen en buitenshuis en veel mogelijkheden om zelf vorm te geven aan de woning. Die invloed is mensen wat waard en maakt het ook mogelijk om draagvlak te creëren voor concentratie van bebouwing. Praktijkervaringen in Almere wijzen er op dat wanneer mensen meer zeggenschap hebben over de vormgeving van hun huis, de behoefte aan veel afstand tot de buren afneemt. De wens van bewoner en Rijksoverheid naar meer particulier opdrachtgeverschap en de wens van bewoners om meer mede vorm te geven aan de eigen woning passen heel goed bij de wens van de gemeente om niet al te veel confectiewoningbouw na te streven, maar te zoeken naar de kwaliteit van het maatpak. Dat biedt de mogelijkheid om af te stappen van de bij bouwers en ontwikkelaars zo populaire smalle 2onder1kapper en te zoeken naar creatieve oplossingen, waarbij ook ruimte is voor anderen dan jonge gezinnen met kinderen (over 15 jaar zijn dat immers een aantal starters en paren zonder kinderen, die de wijk eigenlijk niet uit willen).

· Dan vindt de financiële vertaling plaats en wordt gekeken wat er allemaal aangelegd en geëxploiteerd moet worden en wie wat hoe betaald. Een nieuwe wijk als deze biedt immers ook een uitgelezen kans om meteen een goede ict-infrastructuur aan te leggen. Telewerken, domotica, talloze initiatieven die ict gebruiken voor economie, recreatie en zorg- en dienstverlening kunnen een flinke duw in de rug krijgen als je het vanaf het begin meeneemt in de planning.

Conclusies.

· Meerstad moet ontworpen worden naar de behoeftes van bewoners en Stad op korte èn lange termijn, niet conform de huidige, tijdelijke, koopmarktsituatie.
· Meerstad moet ontworpen worden vanuit de doelstellingen die de wijk ook op langere termijn moet vervullen:
· Sociale en ecologische duurzaamheid, hoge kwaliteit woon- en leefmilieu, klaar zijn voor nieuwe vormen van wonen, werken en zorg.
· Meerstad moet een wijk worden van de bewoners en dat vanaf de ontwerpfase.
· Meerstad moet bewoners lokken met de hoge kwaliteit van het stedelijk leefklimaat. Dat is de onderscheidende factor tussen Groningen Stad en Groninger Ommeland. Als Meerstad lijkt op Borgmeren, dan is het mislukt (en te duur)
· Meerstad moet ruimte bieden voor nieuwe vormen van woningbouw die zich bij voorkeur kenmerken door veel leefruimte bij een relatief gering ruimtebeslag.
· Meerstad moet optimaal uitnodigen om de bus of de fiets te gebruiken voor lokaal vervoer.
Meerstad moet leven in de brouwerij hebben, elke dag van de week van vroeg tot laat. Slaapwijken hebben we immers al genoeg.

 
Bijdrage kamerverhuurbeleid Afdrukken E-mail
zaterdag, 1 februari 2003
Lees verder...
 
<< Start < Vorige 1 2 3 Volgende > Einde >>

Resultaten 31 - 33 van 33

Stelling

Het vestigen van een Confucius Instituut in Groningen ter promotie van de Chinese taal en cultuur
 

RSS

Het laatste D66 nieuws
Google-Map Meldingen
onderhoudspakket
Komende activiteiten
ma mei 12 @08:00- 10:00
Fractievergadering