|
De bijdrage van D66 aan het debat over preventief fouilleren in de Raadsvergadering op woensdag 19 februari 2003
Burgemeester en wethouders stellen ons voor de Algemeen Plaatselijke Verordening zo aan te passen, dat het preventief fouilleren in door de burgemeester aan te wijzen ‘Veiligheidsrisicogebieden’ tot de mogelijkheden gaat behoren. De aanpassingen van de gemeentewet en de wet Wapens en Munitie die dit nieuwe instrument introduceerde dateert van juli van het vorige jaar. Het voorstel vloeide voort uit de onwettige acties in de Millingsbuurt in Rotterdam. Het behelst een verregaande verruiming van de bevoegdheden ten aanzien van het fouilleren. De aanpassingen maken het mogelijk dat iedereen in een veiligheidsrisicogebied zonder individuele verdenking kan worden gefouilleerd. Fouilleren op het lichaam zonder enige aanwijzing is een grote aantasting van de privacy van mensen. Het wetsvoorstel haalt fouilleren gedeeltelijk uit de sfeer van het strafrecht en trekt het in de sfeer van het civiele recht. De fractie van D66 in de Tweede Kamer heeft juist om deze reden tegen dit wetsvoorstel gestemd. Zonder rechterlijke toets heeft de fractie niet kunnen instemmen met een zo verregaande verruiming van de mogelijkheden. Nu wij als lokale D66 fractie met een eigenstandige verantwoordelijkheid worden geconfronteerd met het toch tot wet geworden voorstel staan wij voor de vraag of de praktische voordelen tegen de nadelen opwegen.
Het ‘preventief fouilleren’ is onmiskenbaar een product van het huidige maatschappelijke klimaat waarin het onderwerp veiligheid heel veel aandacht naar zich toetrekt. Een van de kenmerken van dit klimaat is een groeiende kloof tussen de feitelijke veiligheid en het veiligheidsgevoel. Het is een feit dat het succes van veiligheidsbeleid voor een deel ‘tussen de oren’ moet worden gerealiseerd. D66 is van mening dat de overheid beide factoren moet meewegen in de ontwikkeling van het veiligheidsbeleid. De vragen die wij in dit debat stellen hangen hiermee samen:
Levert de invoering van preventief fouilleren een bijdrage aan de feitelijke veiligheid? De wetenschappers zijn er bij lange na niet uit. De eerste experimenten in onder andere Rotterdam leverde een zeer bescheiden aantal wapens op. Er was wel een grote politiemacht nodig om de actie uit te voeren. Als er geen concrete resultaten worden geboekt is het preventief fouilleren slechts een symbolisch antwoord op groeiende onveiligheidsgevoelens. Dat brengt mij op een tweede vraag.
Levert de invoering van preventief fouilleren een bijdrage aan het veiligheidsgevoel? Met andere woorden: gaan mensen zich veiliger voelen wanneer grotere of minder grote fouilleeracties in apart aangewezen gebieden worden ingezet? D66 kan zich voorstellen dat mensen zich juist minder veilig voelen in een stad waar dit kennelijk allemaal mogelijk is. Over de mogelijk discriminerende werking is in de commissie al gesproken. Een flying squad, zoals dat in Rotterdam actief is, zou meer of minder bewust individuen of groepen kunnen selecteren op uiterlijk. De burgemeester gaf in zijn beantwoording aan dat hij om die reden niet wil werken met zo'n squad. Dat is op zichzelf een goed ding, maar blijft het niet overeind staan dat mensen die in een bepaalde buurt wonen of graag een bepaald café bezoeken veel meer kans maken om bij een fouilleeractie betrokken te raken?
Terugkomend op de vraag naar de mogelijke feitelijke bijdrage aan de veiligheid die het fouilleren zou moeten leveren kom ik op de balans in het veiligheidsbeleid. De wet is gemaakt om de problematiek in de wijken aan te pakken. Zou een nadruk op echt preventief beleid niet veel meer effect sorteren? Dan heb ik het bijvoorbeeld over wijkveiligheidsplannen die samen met burgers worden opgesteld, dan heb ik het over het investeren in ruimte voor jongeren, over opbouwwerk etc.
Bij de discussie in de Tweede Kamer speelde de rol van de gemeenteraad een belangrijke rol.
De wetgever achtte het van het grootste belang dat in de gemeenteraad een discussie kon worden gevoerd over het al of niet invoeren van deze mogelijkheid. Deze democratische toets is ingebouwd omdat de zwaarte van het instrument daar om vraagt. Op basis van argumenten kan de gemeenteraad al of niet overgaan tot aanpassing van de APV. Het verbaast mijn fractie dat het College wel op voorhand kan zeggen dat het instrument drie tot vijf keer per jaar zal worden ingezet wanneer wij dat als gemeenteraad mogelijk maken, maar dat het haar niet gelukt is om het voorstel dat wij hier vandaag bespreken te voorzien van een degelijke onderbouwing. Al wat ons kon worden geboden is een algemeen staatje met de criminaliteitsgegevens. Een historische analyse en visie op de verhouding tussen de inzet van preventief fouilleren tot het instrumentarium dat al voorhanden is hadden niet mogen ontbreken. De bestuurlijke intuïtie dat het wellicht soms van pas kan komen legt voor mijn fractie niet genoeg gewicht in de schaal.
Wij achten het instrument een maatje te groot om nu zonder stevig fundament tot invoering over te gaan. De vraag of dit instrument op de situatie de inzet van dit zware instrument rechtvaardigt kan niet beantwoord worden. Daarom zal D66 tegen het voorstel stemmen.
Thomas van Dalen
|