|
Leven in Groningen! verkiezingsprogramma 2002-2006 1 Het democratisch perspectief Iedereen is nodig voor de beste oplossing. D66 staat als sociaal-liberale partij voor: - een samenleving waarin burgers mondig zijn en zelf keuzes maken; -
een samenleving die duurzaam is en waarin een balans tussen ecologie en
economie voorop staat; -
een samenleving waarin zorg en onderwijs voor iedereen toegankelijk
zijn en armoede geen kans krijgt; - een samenleving die solidair in de wereldgemeenschap staat. Omdat
de burger voorop staat, streeft D66 naar een democratisch rechtstaat
gebaseerd op open, rationele en toetsbare besluitvorming, een
samenleving waarin machtsuitoefening gecontroleerd wordt. D66 is
ongebonden, niet dogma's, maar argumenten tellen. D66 daagt mensen uit
om vanuit de eigen achtergrond actief vorm te geven aan de samenleving.
D66 investeert in mensen. D66 durft daarvoor onorthodoxe en creatieve
keuzes voor de toekomst te maken.
D66
heeft de afgelopen twaalf jaar bestuursverantwoordelijkheid gedragen.
De laatste vier jaar beheerde onze wethouder de portefeuilles:
Onderwijs, Sport en Recreatie, Jeugdbeleid, Kinderopvang en
Emancipatie, Monumentenzorg en Bestuurlijke Vernieuwing. Onze fractie
heeft de afgelopen periode hard gewerkt om zoveel mogelijk punten uit
ons verkiezingsprogramma van 1998 te realiseren. De D66 fractie heeft
zich geprofileerd als een onorthodoxe, creatieve collegefractie die
opviel, niet zo zeer door het aanvallen van voorstellen die door het
college werden aangedragen, als wel door het aandragen van eigen ideeën
en oplossingen. Wij mogen tevreden zijn over de resultaten, maar
realiseren ons dat er nog veel vraagstukken zijn die om een oplossing
vragen. Wat hebben wij onder andere bereikt: 1.
In het onderwijs wordt meer geïnvesteerd. Huisvesting, Vensterscholen,
Onderhoud en Kansenbeleid kregen miljoenen extra. 2.
Dankzij D66 heeft Groningen een referendum-verordening waardoor burgers
zelf een referendum kunnen aanvragen. In februari 2001 werd het
referendum over de Nieuwe Noordzijde gehouden. Hoe verschillend je ook
over de uitslag kan denken: het referendum werd een groot succes en
leidde tot een meer interactieve benadering van het planproces Grote
Markt. 3.
Er werd enorm geïnvesteerd in de sportsector. De trainingsvelden op het
Esserbergstadion werden vervangen door unieke kunstgrasvelden, er werd
geïnvesteerd in een nieuw sportpark voor Hoogkerk en de
onderhoudsbudgetten werden met bijna een half miljoen Euro verhoogd. In
het interactieve proces dat moet leiden tot een nieuwe sportvisie,
kregen de trendsporten zoals bijvoorbeeld skaten veel meer aandacht. 4.
D66 heeft een aantal aansprekende initiatieven genomen op het gebied
van Cultuur. Dankzij D66 kwam er een groot internationaal Jongeren
Cultuurfestival, werd er een Groninger Stadsdichter ingesteld, werd de
Openbare Bibliotheek gered van dreigende bezuinigingen en werd er meer
samenhang gebracht in de Groninger Musea, onder andere leidend tot het
nieuwe museum voor Mens, Natuur en Wetenschap. 5.
D66 heeft zich sterk gemaakt voor de menselijke maat in het
sociaal beleid. Niet de bureaucratie maar de wensen en mogelijkheden
van uitkeringsgerechtigden dienen uitgangspunt te zijn van het sociaal
beleid. D66 introduceerde daartoe het concept van een Sociaal Contract
dat de verplichtingen van de overheid en de cliënten over en weer
vastlegt. 6.
Dankzij jarenlang aandringen van D66 kwam er een gebruikersruimte voor
drugsverslaafden. De eerste evaluatie toonde aan dat het concept een
succes is. Op grond daarvan bepleiten wij uitbreiding van het aantal
gebruikersruimten in de stad. 7.
D66 heeft zich met succes ingezet voor een ruimer premiebeleid
(bijverdienste regeling) voor uitkeringsgerechtigden die bijverdienen. 8.
D66 heeft bij herhaling aandacht gevraagd voor de sociale kant van de
Wijkvernieuwing. Wij introduceerden het model van de
Buurtontwikkelingsmaatschappij (BOM), dat bewoners veel invloed geeft
op hun directe omgeving. Dit model wordt nu uitgewerkt volgens de
richtlijnen van het Amerikaanse Asset Based Community Development
(ABCD). 9.
D66 heeft zich met succes ingezet voor de uitbreiding van de
Kinderopvang en de versterking van zowel de kwaliteit als de kwantiteit
van Peuterspeelzalen. 10.
D66 heeft – als partij van vernieuwing – zich met kracht ingezet voor
het toegankelijk en toepasbaar maken van de nieuwe media voor alle
Stadjers. Er werd een begin gemaakt met het digitaliseren van buurten
en wijken. 11.
D66 heeft zich ingezet voor de versterking van de positie van het
openbaar vervoer en de fiets in de stad. Zo zijn er veel meer middelen
vrij gekomen voor de verbetering van de fietsinfrastructuur en werd de
invloed van klanten op het openbaar vervoer vergroot. 3 Bestuurlijke vernieuwing Met
het referendum over de Grote Markt schreef de stad Groningen
geschiedenis. De massale opkomst van de kiezers en de grote
betrokkenheid bij de discussie vooraf maakten dat het referendum als
breekijzer voor verstarde verhoudingen in de lokale Groninger
democratie heeft gewerkt. D66 is de bedenker en groot voorvechter
van dit instrument. Het referendum geldt als begin voor een grote
cultuuromslag in het denken van bestuurders en ambtenaren in deze stad.
De wensen en verlangens van de inwoners zullen meer en meer als
uitgangspunt bij het bedenken van gemeentelijke plannen gaan gelden.
Nieuwe impulsen worden gegeven aan verschillende vormen van interactief
bestuur en burgerparticipatie. De
afgelopen jaren heeft D66 veel bereikt op het gebied van de
bestuurlijke vernieuwing. Anderen nemen in toenemende mate onze ideeën
over. Dankzij onze inbreng is de inspraak op veel punten verbeterd,
zijn er convenanten gesloten met bewonersorganisaties, kwam er een
cliëntenraad SoZaWe, is er een krachtige ombudsvrouw en beschikt de
gemeente Groningen over een verordening voor een correctief referendum
op initiatief van de burgers. Ook werd het werken met open-plan
procedures steeds gebruikelijker. Met al deze verbeteringen is de
democratie natuurlijk niet af. Daarom zal D66 zich blijven inzetten
voor haar democratisch ideaal, dat uitgaat van optimale betrokkenheid
van burgers bij zaken die hen het meest aangaan. D66 is voorstander van
de invoering van het burgerinitiatief als instrument tot verdere
ontwikkeling van de betrokkenheid tussen stadjer en bestuur. D66
wil de komende jaren fors investeren in ICT, zowel in infrastructuur
als in bevordering van de kennis en de implementatie in de
beleidsvorming en uitvoering. D66 wil de digitale democratie in
Groningen een gigantische impuls geven. De kwaliteit van de publieke
dienstverlening moet drastisch worden verhoogd. De gemeente zal 24 uur
per dag voor haar burgers digitaal bereikbaar moeten zijn met een
dienstverlening van hoge kwaliteit. Nieuwe elektronische vormen van
burgerparticipatie moeten worden ingezet. Ook het fysieke loket
burgerzaken moet in het weekend en de avonduren geopend zijn. Het
gemeentelijk informatiecentrum zal beter toegankelijk worden door
verplaatsing naar de openbare bibliotheek. Burgers die niet op eigen
houtje mee kunnen komen in deze ontwikkeling moeten door de overheid op
alle mogelijke manieren worden gefaciliteerd. Dat betekent dat er
computers beschikbaar moeten worden gesteld en dat er een groot pakket
aan trainingen moet worden aangeboden. D66 vindt dat de gemeente een
actieve communicatieplicht heeft. Burgers worden bijvoorbeeld op de
hoogte gebracht van mogelijkheden die bestaan met betrekking tot
individuele subsidies. Ook
in de wijken wil D66 fors investeren. Zo moet het aantal digitale
wijkcentra snel worden uitgebreid. De capaciteit en de kwaliteit van de
bestaande centra zullen een impuls krijgen. Alle openbare bibliotheken
en scholen spelen daarbij een centrale rol. De bewonersorganisaties
kregen dankzij D66 meer instrumenten in handen. In de komende periode
moeten de digitale voorzieningen van deze organisaties worden
uitgebreid. Er moet een centraal ondersteuningspunt voor de
bewonersorganisaties komen zodat zij zich met de kerntaken kunnen
bezighouden in plaats van met allerlei administratieve en secretariële
zaken. Daarnaast dienen wijkorganisaties betrokken te worden bij de
aanstelling van stadsdeelcoördinatoren en de jaarlijkse
beleidsevaluaties met betrekking tot het stadsdeel.
Bewonersorganisaties moeten wel waar kunnen maken dat zij hun wijk
daadwerkelijk vertegenwoordigen. Daarnaast zal D66 zich ook op andere
punten blijven inzetten voor een dynamische democratie. Zo vinden wij
nog steeds dat er op gezette tijden commissievergaderingen in de wijken
dienen plaats te vinden, waarbij een wijk of stadsdeel centraal staat.
Ook blijven we ons sterk maken voor een onafhankelijker
beroepsprocedure door de beroeps- en bezwaarcommissies met externe
leden te bemensen. Wat deed D66? 1.
Dankzij D66 kwam er het referendum over de Grote Markt dat als
breekijzer van fundamentele betekenis is voor het politieke klimaat van
Groningen. 2.
Steeds vaker wordt gewerkt met open-plan procedures, waarbij burgers
vooraf kunnen meedenken over nieuwe ontwikkelingen. 3.
D66 heeft gezorgd voor de verhoging van de financiële ondersteuning van
bewonersorganisaties. 4.
D66 lanceerde het initiatief voor de Buurtontwikkelingsmaatschappij
waarmee betrokkenheid van burgers bij de herstructurering werd
gestimuleerd. 5. D66 vocht – met succes – voor de toekomst van OOG-TV en OOG-Radio. Wat gaat D66 doen? 1. D66 wil fors investeren in de digitale democratie. 2.
De gemeente zal 24 uur per dag voor haar burgers digitaal bereikbaar
zijn met een dienstverlening van hoge kwaliteit. 3.
Het loket burgerzaken moet ook in het weekend en de avonduren geopend
te zijn. Deze zaken worden geïntegreerd in een gemeentewinkel. 4.
D66 bepleit vereenvoudiging van regelgeving en versnelling van
procedures zonder dat daarbij de kwaliteit van de inspraak wordt
aangetast. 5. Raadsvergaderingen en commissievergaderingen worden live op internet uitgezonden. 6.
Er komen meer gerichte burgeronderzoeken waarbij burgers - waar
mogelijk digitaal - vooraf worden geraadpleegd over gemeentelijke
voornemens. Aan hen worden verschillende alternatieven voorgelegd. 7.
D66 wil dat de gemeente een digitale nieuwsbrief uitbrengt waarop alle
inwoners van de stad zich kunnen abonneren. Supersnelle burgerpeilingen Nieuwe
plannen en beleidsvoornemens van de gemeente worden voordat ze in de
gemeenteraad worden besproken kort voorgelegd aan een deel van de
inwoners van Groningen middels supersnelle digitale peilingen. Ook via
een speciaal onderdeel van de gemeentelijke website wordt deze
informatie verzameld. Een samenvatting van reacties op de plannen zal
worden gevoegd bij de voorstellen aan de gemeenteraad. Er wordt een
speciale eenheid ingesteld die continu de mening van de inwoners van
Groningen verzamelt ten behoeve van de vergroting van de kwaliteit van
het gemeentelijk beleid.
D66
vindt dat onze samenleving recht heeft op uitmuntende voorzieningen op
het gebied van kinderopvang en Peuterspeelzaalwerk, en dat kinderen en
hun ouders aanspraak mogen maken op het allerbeste onderwijs. D66
heeft zich zeer ingezet voor de uitbreiding van het aantal
kinderopvangplaatsen en de uitbreiding en kwaliteitsverbetering van het
peuterspeelzaalwerk. D66 wil dat beleid voortzetten. Het uiteindelijke
doel is één hoogstaande voorziening voor 0-4 jarigen waarbij niet de
aard van de werksoort maar het belang van de kinderen centraal staat.
Daarbij is van belang dat een uitgelezen peutervolgsysteem garant staat
voor een doorgaande lijn tussen de voorschoolse voorziening en het
basisonderwijs. In de samenwerking tussen voor- en vroegschoolse
voorzieningen willen wij de komende jaren krachtig investeren. Onderwijs
is bij uitstek het middel om mensen weerbaarder te maken in de
samenleving, om democratische waarden over te brengen en om jonge
mensen te leren zich individueel te ontplooien binnen een brede sociale
context. Onderwijs blijft voor D66 een van de prioriteiten in de
komende jaren. D66
heeft zich in de afgelopen jaren sterk gemaakt voor het onderwijs in
Groningen. Zo hebben we ons ingezet voor een grote inhaalslag bij het
onderhoud aan de schoolgebouwen, zijn er extra middelen uitgetrokken
voor de spijbelopvang en zijn we verder gegaan met het versterken van
de rol van de ouders in de scholen. D66 ziet de ouders immers als de
dragers van de vrijheid van onderwijs. Op
initiatief van D66 werd het concept van de Vensterscholen ontwikkeld.
Landelijk werd door D66 de problematiek van de te volle klassen op de
agenda gezet. De gemiddelde resultaten van leerlingen in Groningen gaan
er ten opzichte van de landelijke gemiddelden over de gehele linie op
vooruit. Niettemin
blijven de kwaliteit en het imago van het onderwijs in zijn
algemeenheid een bron van zorg. De naweeën van een jarenlange
onderwijskundige en organisatorische bemoeienis tot achter de komma
zijn nog goed te merken. En aan normale voorwaarden zoals een schoon
lokaal kan bij gebrek aan middelen niet worden voldaan. Zowel landelijk
als lokaal vecht D66 voor een onderwijs dat onze kinderen en de
professionals die werken in het onderwijs recht doet. Het
proces van voortdurende schaalvergroting in het voortgezet onderwijs
moet worden gekeerd. D66 presenteerde de notitie 'kiezen voor kleiner'
en koerst daarmee aan op een trendbreuk in het onderwijs. Op kleinere
scholen komen leerlingen beter tot hun recht, heerst er voor leraren
een aangenamer werkklimaat en is de veiligheid beter gewaarborgd.
Ouders, docenten én leerlingen moeten voortaan aan het roer. D66 wil
dat miljoenen worden uitgetrokken voor kleinschaliger huisvesting. Voor
D66 blijft de aandacht voor de kwaliteit van het onderwijs een
hoofdzaak. D66 wil in de komende jaren nog meer investeren in het
onderwijs. Zo willen we het aantal Vensterscholen uitbreiden. D66 wil
een gemeentelijk kwalitatieve keuzegids voor het onderwijs die meer
recht doet aan het onderwijs en de omgeving waarbinnen leerlingen zich
kunnen ontwikkelen. Ouder kunnen op basis van zo'n kwalitatieve gids
hun keuze voor een school beter funderen dan alleen op de Cito-scores
die op zichzelf weinig zeggen over de (pedagogische) kwaliteiten van
een school. D66
wil zich in de komende jaren sterk maken voor de kwalitatieve
verbetering van het VMBO. Driekwart van alle leerlingen in Nederland
volgt een beroepsopleiding. Desalniettemin investeren we te weinig in
de onderkant van het Beroepsonderwijs. D66 wil dat er in de komende
jaren extra middelen worden uitgetrokken voor de gebouwen en de
leermiddelen in het VMBO en dat er een betere afstemming komt tussen de
verschillende VMBO scholen in Groningen en meer samenwerking tussen het
VMBO en het MBO. Daarnaast bepleiten wij een brugperiode waarin
leerlingen op hun eigen niveau in aanraking gebracht worden met een
breed scala aan beroepsmogelijkheden. De eerste fase van het voortgezet
onderwijs moet gebruikt worden om een leerweg uit te stippelen, die
recht doet aan de capaciteiten en vaardigheden van het kind. D66 wil
niet dat kinderen al op hun twaalfde moeten kiezen voor een bepaalde
beroepsrichting. D66 wil een gezamenlijk OPDC voor zowel openbaar als
bijzonder onderwijs. D66
vindt dat de gemeente als werkgever in het onderwijs een eigentijds
personeelsbeleid moet voeren. De gemeente dient er alles aan te doen in
de toekomst gemotiveerde onderwijsgevenden te behouden voor het
Groninger onderwijs. Er
dient zo snel mogelijk een omvangrijk computernetwerk ontwikkeld te
worden dat de gemeente, de rijksuniversiteit, de hogeschool en andere
partijen met elkaar verbindt. D66 wil op korte termijn afspraken maken
over zo’n netwerk dat in Leiden al is ingevoerd. Studenten en andere
stadjers moeten toegang krijgen tot breedbandinternet. Het netwerk is
een van de elementen die nodig zijn om de veelbesproken elektronische
leeromgeving mogelijk te maken. Wat deed D66? 1.
Op initiatief van D66 werd het concept van de Vensterscholen
ontwikkeld. Het aantal Vensterscholen werd uitgebreid van 4 naar 10. In
de afgelopen periode werd geïnvesteerd in het verstevigen van de
samenwerkingsverbanden binnen de Vensterschool. 2. Bij het onderhoud van schoolgebouwen werd een inhaalslag gemaakt. Er werden miljoenen extra voor uitgetrokken. 3.
Het aantal kinderopvangplaatsen werd uitgebreid met zo'n 1000 plaatsen,
er werd veel geld uitgetrokken voor de uitbreiding van het aantal
Peuterspeelzalen en voor het professionaliseren van het
peuterspeelzaalwerk. Er werd begonnen met de Voor- en Vroegschoolse
Educatie, er werd geïnvesteerd in de opvoedingsondersteuning en
succesvolle projecten als Basiszorg in de Buurt dat kinderen in
probleemgezinnen ondersteunt. Wat gaat D66 doen? 1. In elke wijk dient een Vensterschool te komen. 2.
D66 wil zich richten op de kwalitatieve verbetering van de
Vensterscholen. Integratie tussen verschillende instellingen - met name
kinderopvang en peuterspeelszaalwerk - moet verder vorm krijgen. 3. D66 wil extra geld uittrekken voor een goed functionerende tussen-de-middag opvang. 4.
D66 wil dat er veel meer geïnvesteerd wordt in adequate
computervoorzieningen voor zowel het basis- als het voortgezet
onderwijs. 5.
Bestuurscommissies bestaande uit ouders -en in het voortgezet onderwijs
ook uit leerlingen - gaan de scholen besturen. Bij belangrijke
veranderingen wordt een schoolreferendum gehouden. 6.
Extra middelen moeten worden vrijgemaakt voor huisvesting, onderhoud,
schoonmaak en veiligheid van alle Groninger scholen. 7.
D66 wil dat het bereik van de voorschoolse voorzieningen voor kinderen
in een achterstandssituaties wordt vergroot. Dat vergt extra
investeringen. 8.
D66 wil 30km zones in de buurt van scholen en kinderspeelplaatsen. De
wegen in de buurt van scholen moeten als eerste ijs en sneeuwvrij
gemaakt worden. Kwaliteitsgids voor het onderwijs D66
wil een gemeentelijke kwalitatieve keuzegids voor het onderwijs die
meer recht doet aan het onderwijs en de omgeving waarbinnen leerlingen
zich kunnen ontwikkelen. Ouders kunnen op basis van zo'n kwalitatieve
gids hun keuze voor een school beter funderen dan alleen op de
Cito-scores die op zichzelf weinig zeggen over de (pedagogische)
kwaliteiten van een school. Servicecentrum dagindeling D66
wil een servicecentrum ontwikkelen dat ouders helpt bij de afstemming
van werk en zorgtaken. Het servicecentrum dagarrangementen brengt voor
ouders in kaart op welke manier de openingstijden van scholen,
peuterspeelzalen, kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en
bijvoorbeeld de muzieklessen zicht tot elkaar verhouden. Het centrum
bemiddelt en maakt desgewenst afspraken. Ouders hoeven zich niet
meer te bezig te houden met het tijdrovende agendamanagement en hebben
zo meer tijd voor de kinderen.
In
de ontmoeting tussen kunst, kunstenaar en publiek wordt kunstbeleid
waargemaakt. Om die reden moet het beleid zich richten op met name de
laatste twee genoemde aspecten: de kunstenaar en het publiek. De
overheid schept de voorwaarden voor een dynamische cultuursector, maar
moet zich met de inhoud niet te veel willen bemoeien. Kunst is tot op
zekere hoogte autonoom en hoort dat ook te zijn. Te veel bedisselen van
overheidswege is de dood in de pot. De onafhankelijkheid van
instellingen en van bijvoorbeeld de adviesraad is een groot goed. De
overheid schept de ruimte en de continuïteit waarin de kunsten
kunnen gedijen en zij bewaakt de diversiteit ten behoeve van een
breed en gedifferentieerd publiek. Vervlakking en vertrossing van het
aanbod moeten worden voorkomen. Bedrijfsmatig werken van de Oosterpoort
en de Stadsschouwburg mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van het
aanbod. Massaproducties kunnen het best terecht in de nieuwe
Martinihal, die in dat opzicht een aanwinst voor de stad is. Groningen
kent een relatief rijke culturele infrastructuur, die zeer goed moet
worden onderhouden. De ligging van Groningen en de daaruit
voortvloeiende regionale functie maakt een breed cultureel aanbod tot
een van haar wezenskenmerken. De functie van kraamkamer van de kunst is
in onze ogen ook een belangrijke; onze stad is ook een werkplaats ten
behoeve van binnen- en buitenland. D66 ziet het Grand Theatre, de
Stadsschouwburg, het centrum voor Beeldende Kunst, de Openbare
Bibliotheek, het Kunstencentrum en de Oosterpoort als
basisvoorzieningen. Ingebed
in deze infrastructuur spelen festivals als Noorderzon een gewichtige
rol. Cultuurfestivals die net zo succesvol zijn als 'A Star is Born' en
die een breed publiek aanspreken moeten een vervolg krijgen. Binnen de
stevige context van een stabiele infrastructuur dient volop ruimte te
zijn voor nieuwe en kortlopende initiatieven en cultureel
ondernemerschap. D66 constateert dat die ruimte er nog onvoldoende is.
D66 wil structureel 1 miljoen euro meer uittrekken voor cultuurbeleid. Met
onder meer een kwalitatief sterk onderwijsaanbod op het gebied van de
kunsten (kunstacademie, conservatorium, vooropleiding theater) bruist
Groningen van het jong talent. D66 vindt dat de gemeente haar best moet
doen om dit talent een grotere rol te laten spelen binnen het aanbod.
Meer geld voor nieuwe initiatieven en voor cultureel ondernemerschap
geldt als voorwaarde. Ook het aantal stipendia moet worden
uitgebreid. Om marktverbreding te bewerkstelligen wordt een nieuw
kleinschalig opdrachtenbeleid voor beeldend kunstenaars ontwikkeld naar
Rotterdams voorbeeld. Bedrijven, instellingen en particulieren kunnen
met korting een opdracht laten realiseren. In
landelijk perspectief is het niet goed gesteld met de ateliersituatie.
In verhouding met andere grote steden heeft Groningen heel erg weinig
atelierruimte. Het tekort geldt ook als reden voor het snelle vertrek
van jonge en veelbelovende kunstenaars naar steden die hun zaakjes wat
dit aangaat beter voor elkaar hebben (Rotterdam). D66 wil het
atelierbeleid onderdeel maken van het cultuurbeleid en het aantal
ateliers met spoed op niveau brengen. D66
is nog niet overtuigd van de noodzaak van de bouw van een nieuw theater
aan de Grote Markt; een heldere onderbouwing van de ideeën ontbreekt.
De huidige cultuurinstellingen voldoen in grote lijnen en zijn
bovendien op een mooie manier verspreid over de stad. Een megacomplex
aan de Oostwand betekent niet per definitie een verrijking.
Optimalisering van de stadsschouwburg (verdieping en verbreding) en
uitbreiding van de Oosterpoort op locatie zijn meer voor de hand
liggende opties. De stadsschouwburg houdt hoe dan ook een culturele
functie. Bij eventuele uitbreiding wordt ook rekening gehouden met het
NNO. Het
filmcentrum Poelestraat speelt een belangrijke rol in het culturele
leven in de stad. Het is bovendien een mooi voorbeeld van een
succesvolle publiek-private constructie. De markt voor het
'alternatieve' filmcircuit is de laatste jaren gelukkig enorm
toegenomen. Het filmcentrum moet om die reden volop de gelegenheid
hebben om uit te breiden. Na een investering in deze uitbreiding kan
overheidssteun op termijn waarschijnlijk achterwege blijven. De
afgelopen periode lanceerde D66 een fors aantal initiatieven op het
gebied van cultuurbeleid voor jongeren. Groeiende aandacht voor
jeugdcultuur binnen het kader van het cultuurbeleid is gerechtvaardigd.
D66 wil startsubsidie beschikbaar stellen voor een jongerencultuurkrant
op commerciële leest, waarmee het totale aanbod voor jongeren beter
wordt ontsloten. Er komt een cultuurconsulent analoog aan de
sportconsulent die jongereninitiatieven op cultuur gebied bij
elkaar brengt. Simplon ontwikkelt zich in de komende jaren samen met
andere instellingen tot een Paradiso van het Noorden. De beide
jeugdcircussen in de stad moeten gelijk worden behandeld. D66
wil dat de Groninger Musea op termijn een samenhangend, efficiënt
netwerk vormen van hoge kwaliteit. De ontwikkeling van een museum voor
mens natuur en wetenschappen is in dat perspectief slechts een eerste
stap. Het Groninger Museum moet alle ruimte krijgen om het eigenzinnige
en succesvolle beleid voort te zetten. Het is belangrijk dat de stroom
van bezoekers van het Groninger Museum ook de andere bloemen van
Groningen weet te vinden. Met name de kleine musea moeten beter worden
gepromoot. Ook de bewegwijzering moet sterk worden verbeterd. De
bibliotheek heeft als instelling de laatste jaren een enorme
metamorfose ondergaan. Door de digitalisering groeide haar klassieke
rol als boekenhuis uit tot een sleutelrol op het gebied van betrouwbare
informatievoorziening. D66 vindt dat de bibliotheek de kans moet
krijgen om haar nieuwe rol met verve te vervullen, met name ook in de
wijken, in relatie tot de Vensterscholen. D66 wil dat de
informatiebalie van het gemeentelijke informatiecentrum wordt
verplaatst naar de bibliotheek. D66 wil de bibliotheek in de
gelegenheid stellen om een "pizzakoerier" boeken, cd's en cd-rom's, die
via internet door leden van de bibliotheek zijn besteld, te laten
bezorgen. Wat deed D66? 1. Het Internationaal Jeugdcultuurfestival, een idee van D66, werd een succes. 2. Dankzij D66 werd een begin gemaakt met een integraal museumbeleid. 3.
D66 redde de bibliotheek en andere waardevolle cultuurprojecten van een
onredelijke bezuiniging. 4. D66 lanceerde het gewaagde plan voor kunst, jongeren en nieuwe media: 'silicon lounge'. 5.
D66 verzette zich tegen de verwaarlozing van mooie particuliere
initiatieven als New @ttraction. 6.
D66-wethouders maakten veel geld vrij voor de ontwikkeling en
verbouwing van het nieuwe Simplon. 7. Dankzij D66 werd de Officiële Groninger Stadsdichter aangesteld. Wat gaat D66 doen? 1.
Er komt minimaal een 1 miljoen euro extra beschikbaar voor de
versterking van de bestaande culturele infrastructuur en voor
vergroting van het budget voor incidentele projecten. 2. ‘Klein maar waardevol’ wordt ook een uitgangspunt voor het cultuurbeleid. 3. Er komt een vervolg op het internationaal jeugdcultuurfestival. 4. D66 wil een kindermeikermis op de Ossenmarkt en een kindertheater op het Guyotplein. 5.
Er komt een ‘cultuurdiploma’ voor basisschoolleerlingen dat uitgereikt
wordt na het bezoeken van bezoeken aan culturele voorzieningen in
schoolverband. 6.
De digitale toekomstvisie op de openbare bibliotheek moet zo snel
mogelijk worden gerealiseerd. 7.
D66 bepleit een digitale muurkrant op het station waarop alle culturele
evenementen in de stad worden vermeld. 8.
D66 wil een breed programma voor kinderen in de stad. Elk kind zal
zowel op de basisschool als in het voortgezet onderwijs tenminste 1
keer een bezoek brengen aan de belangrijkste cultuurvoorzieningen in de
stad. D66 wil daarnaast middelen vrij maken om succesrijke
cultuurprojecten op school te stimuleren. De Groningse Balie Het
intellectuele en culturele debat in Groningen verdient een impuls..
Discussies spelen zich veelal af binnen politieke partijen en beperken
zich vaak tot lokale thema's. Naast de meer specialistische podia van
universitaire wereld (Studium Generale) en de politiek (Stichting Waag)
ontbreekt een instelling als De Balie. Ter versterking van het
intellectuele klimaat wil D66 een Groningse Balie oprichten. Het
maatschappelijk debat verdient zo'n relatief bescheiden investering.
D66
staat een beleid voor dat liberaal is waar het kan, en sociaal waar het
moet. Met Nederland – en dus ook met Groningen – is het de afgelopen
acht jaar in economisch opzicht steeds beter gegaan. In Groningen, een
stad met traditioneel een hoge werkloosheid, kregen talloze mensen een
baan. Nog nooit verdwenen er in zo korte tijd zoveel mensen uit de
klantenbestanden van de Sociale Dienst. Niettemin zijn er ook nog
steeds heel veel Stadjers die van een uitkering afhankelijk zijn. D66
vindt dat er voor deze mensen een humaan vangnet moet zijn; waarbij het
verstrekken van een uitkering wordt gekoppeld aan een individuele
benadering van diegenen die op zoek zijn naar een baan maar die (nog)
niet op eigen kracht kunnen vinden. D66
gelooft daarbij meer in stimuleren dan in dwingen en sanctioneren. D66
kiest daarbij voor de menselijke maat in het sociaal beleid. D66 staat
voor een andere benadering om iets te doen aan de situatie waarin
langdurige werklozen vaak leven. Ieder mens, ook iemand die werkloos is
of arbeidsongeschikt, is wel in staat om een bijdrage te leveren aan de
samenleving. Die bijdrage verschilt van individu tot individu, maar D66
vindt dat ieder mens waardevol is en capaciteiten heeft. Werkzoekenden
of arbeidsongeschikten zouden daarom een financiële extra beloning
moeten ontvangen als ze op een zinvolle manier een bijdrage aan de
samenleving leveren. Op die manier worden mensen niet aangesproken op
wat ze niet kunnen, maar beloond voor hetgeen zij bijdragen aan de
samenleving. Dat stimuleert zelfvertrouwen en eigenwaarde. D66
wil daarom dat uitkeringsgerechtigden jaarlijks een sociaal contract
afsluiten met de uitkerende instantie. In dat sociaal contract worden
alle afspraken vastgelegd tussen klant en uitkeringsinstantie.
Uitgangspunt bij het sociaal contract is het individuele recht op
reïntegratie en het daaraan gekoppelde recht op een eigen keuze wie hen
daarin begeleidt of bij helpt. De overheid dient er daarom voor te
zorgen dat er meerdere aanbieders zijn voor hulp bij reïntegratie en
het vinden van werk. Goede begeleiding naar werk (betaald of onbetaald)
staat of valt met een goede relatie en vertrouwen tussen werkzoekende
en begeleider. Daarvoor is individueel maatwerk en een bejegening
gericht op stimuleren van eigen kunnen van groot belang. Wat deed D66? 1.
Sinds 1994 is er een ruimer premiebeleid (bijverdienstenregeling) voor
uitkeringsgerechtigden die bijverdienen. 2.
D66 introduceerde het concept van het Sociaal Contract als middel om
mensen op individuele basis aan een baan te helpen. 3.
D66 heeft zich sterk gemaakt voor een collectieve aanvullende
ziektekostenverzekering voor alle uitkeringsgerechtigden. Wat gaat D66 doen? 1.
Arbeidsbemiddeling dient verder geïndividualiseerd te worden, waarbij
werkzoekenden zelf meer invloed krijgen op de keuze van een
bemiddelende instantie. 2.
D66 vindt dat ook kleinere activeringsbureaus een rol moeten kunnen
spelen bij het begeleiden naar werk. 3.
D66 bepleit de vorming van een speciaal team en een apart loket ten
behoeve van de uitkering van de bijzondere bijstand. D66 wil de eigen
bijdrage voor bepaalde doelgroepen laten vervallen. 4.
Leenbijstand of een lening bij het GKB wordt minder strikt beschouwd
als voorliggende voorziening met name in die gevallen waarin de
aanvrager zich tot op dat moment zonder leningen heeft weten te redden. 5.
De stadjerspas moet een aantrekkelijke korting op een krantenabonnement
mogelijk maken. Kinderen met een stadjerspas moeten per week minimaal
twee uur gratis gebruik kunnen maken van het internet in bibliotheken,
buurthuizen en digitale trapveldjes. Digitale kraamkamers Het
starten van een nieuw bedrijf vanuit een uitkeringssituatie is niet
gemakkelijk. D66 wil dat in de bestaande en uit te breiden wijkcentra
digitale kraamkamers worden ingericht. In de digitale kraamkamer worden
ICT-ideeën en plannetjes van starters tot ontwikkeling gebracht. Onder
professionele begeleiding worden relaties gelegd met bestaande
instellingen, overheden en bedrijven. Nieuwgeboren en kansrijke
initiatieven komen in de kraamkamer met zorg en liefde tot
ontwikkeling.
Ieder
mens moet haar of zijn leven naar eigen inzicht kunnen inrichten. De
vrijheid van het individu geldt als het eerste uitgangspunt van onze
sociaal-liberale visie. Mensen komen echter pas tot hun recht in een
sociale context. Het is een taak van de overheid om de voorwaarden voor
het welzijn van individuele burgers te bewaken en tegelijkertijd een
impuls te geven aan de sociale samenhang. In
veel buurten en wijken lijkt de sociale samenhang onder druk te staan.
Een mix van instrumenten moet worden ingezet om de levenskwaliteit van
de wijk en de bewoners te bevorderen. D66 vindt dat de oplossing voor
deze problematiek niet eenzijdig in de harde sector kan worden gezocht.
Veel voorzieningen voor jonge en oude inwoners van deze stad zijn in de
jaren tachtig verdwenen. De kraamkamers van de sociale samenhang
verdwenen daarmee voor een deel. Dankzij D66 werd een begin gemaakt met
de revitalisering van het leven in wijk en buurt. D66 maakte zich sterk
voor de Vensterschool (hart van de wijk) de digitale wijkcentra en de
forse investeringen in Ruimte voor Jongeren. D66 wil een experiment
waarbij buurtjongeren een vertegenwoordiger kiezen die hen
vertegenwoordigt in contacten met buurt en gemeente. Als
het aan ons ligt zetten we deze ontwikkelingen met volle kracht voort.
In elke wijk moeten een jongerencentrum, een buurtcentrum en een
digitale voorziening worden gerealiseerd, bij voorkeur geïntegreerd in
de Vensterschool. Extra geld wordt gestoken in activiteiten in de
wijken, voor verschillende doelgroepen in evenwicht. Een belangrijke
rol is weggelegd voor de bewonersorganisaties. D66 wil een centraal
ondersteuningspunt voor de bewonersorganisaties en uitbreiding van de
digitale voorzieningen. In
de welzijnssector dienen de belangen en de invloed van de betrokkenen
gegarandeerd te zijn. De directe inspraak van mensen is een voorwaarde
voor succes. D66 wil ook hierbij de inzet van ICT vergroten en het ook
voor speciale doelgroepen zoals mindervaliden, ouderen en allochtonen
makkelijker maken zich te bemoeien met zaken die hen aangaan. Groningen
is een multiculturele stad sinds mensenheugenis. D66 beschouwt het
multiculturele karakter van deze stad als een waarde op zich. De
culturele diversiteit draagt bij aan de levendigheid van onze stad.
Discriminatie moet hard bestreden worden. De problematische kanten die
de diversiteit met zich meebrengt moet in openheid tegemoet getreden
worden. De intensieve aanpak van de problemen met Antilliaanse jongeren
moet worden voortgezet. Een gepaste combinatie van zorg, begeleiding en
repressie moet worden toegepast. D66 staat voor een ruimhartige opvang
van asielzoekers. Dit vertaalt zich onder meer in ons pleidooi voor het
doorgaan met prismagroepen (intensief begeleide groepen allochtone
kinderen) en internationale schakelklassen voor minderjarige
asielzoekers. D66 wil dat er maatregelen worden genomen voor opvang van
de 0 tot 4 jarige asielzoekertjes. D66 wil daarnaast dat de gemeente
middelen vrijmaakt voor zinvolle dagbesteding van asielzoekers,
aansluitend bij de wensen van deze groep. D66
acht vrijwilligerswerk van een cruciaal belang voor het functioneren
van de Groninger samenleving. Zonder vrijwilligers zou het leven in de
stad binnen de kortste keren vastlopen. Onder de veranderde
omstandigheden van de moderne maatschappij staat het oude concept van
vrijwilligerswerk onder druk. Mensen kunnen niet zo gemakkelijk
structureel tijd vrijmaken. Daarom pleit D66 voor een aanbod van
vrijwilligerswerk nieuwe stijl. Er moeten kortlopende trajecten worden
ontwikkeld die bij mensen passen. Alle jongeren die 16 worden krijgen
een brief van de burgemeester waarin ze worden gewezen op de
fantastische mogelijkheden van het vrijwilligerswerk in Groningen. ICT
kan worden gebruikt om de maatschappelijke betrokkenheid en sociale
samenhang tussen burgers te vergroten. Elke straat zou een eigen
emailadres moeten krijgen, dat toegankelijk is voor alle bewoners van
die straat. Burgers kunnen zo op informele wijze met elkaar in contact
komen. In deze virtuele gemeenschap komen burgers met leuke ideeën en
verzinnen ze samen oplossingen voor alledaagse problemen in de omgang
met elkaar en hun directe woonomgeving. Meer
informatie over vraag en aanbod in de zorg is van wezenlijk belang voor
gemeentelijk beleid op het gebied van gezondheid en welzijn. Om dit te
bereiken moeten op zijn minst de wachtlijsten vier maal per jaar worden
bijgewerkt. Goede voorlichting helpt burgers bij het maken van een
keuze en geeft ook inzicht in waar behoefte aan is. Wat deed D66? 1. Er werd extra geïnvesteerd in de ondersteuning van bewonersorganisaties. 2. De digitale wijkvoorzieningen zijn inmiddels een begrip. 3. De D66 wethouder investeerde fors in Simplon en andere jongerencentra. 4.
Jeugdparticipatie en andere vormen van participatie werden regel in de
Groninger situatie. 5.
Dankzij D66 werd meer geld beschikbaar gesteld voor het welzijnswerk
waardoor er meer activiteiten in de wijken werden uitgevoerd. Wat gaat D66 doen? 1.
Er komt een rappe uitbreiding van de Vensterscholen inclusief
jongerencentra, buurtcentra en digitale voorzieningen. 2. Een welzijnsprijs voor goede nieuwe initiatieven van burgers en instellingen. 3. Er komen middelen vrij voor een wijk- of buurtfeest in elke wijk. 4.
Er worden ICT voorzieningen gerealiseerd in asielzoekers-, buurt-,
wijk- en jongerencentra waarmee onderlinge contacten worden
gestimuleerd en digitale tweedeling voorkomen. 5.
Er komt een studentenoppascentrale die naast de zuiver functionele
doelstelling ook bijdraagt aan het verbeteren van het contact
tussen student en Stadjer. 6.
De ouderwetse opbouwwerker wordt van stal gehaald om het leven in wijk
en buurt te stimuleren. 7.
Een verhoging van het budget voor bewonersorganisaties en voor een snel
inzetbaar activiteitenfonds voor jongeren met eigen initiatieven. Het charitypakketVeel
mensen willen graag iets doen voor het welzijn van anderen in de stad,
maar hebben niet structureel veel tijd vrij voor vrijwilligerswerk. D66
wil het zogenaamde charitypakket introduceren. Individuen kunnen
daarmee een op maat gesneden traject afleggen, waarbij met
verschillende vormen van vrijwilligerswerk wordt kennisgemaakt. Deze
pakketten worden kunnen op een centrale plaats worden 'ingekocht'. Het
is mogelijk om een pakket voor een bepaalde periode ver van tevoren te
reserveren, zodat mensen het eenvoudig kunnen inpassen in druk bezette
agenda's.
D66
vindt dat topsport en breedtesport niet zonder elkaar kunnen. D66 wil
dat het Groninger sportbeleid aansluit bij de actieve sportbeoefening
en de sporten 'waar we als stad goed in zijn'. Als voorbeeld kunnen wij
noemen: voetbal, volleybal, basketbal, roeien en ijshockey. Door
voortdurend een relatie te leggen tussen topsport en breedtesport en
door aan te haken bij gevestigde sporten ontstaat een zichzelf
versterkend netwerk. Ook voor evenementen geldt dat een relaties met
gevestigde sporten of sporten in ontwikkeling het mooist is. Sportverenigingen
en individuele sporten bloeien onder deskundige en gekwalificeerde
trainers. Dat maakt de sector kwetsbaar, want trainers werken immers
vrijwel altijd parttime en zijn afhankelijk van een tweede baan. Veel
goed trainers vertrekken voortijdig. De gemeente kan hier iets aan
doen. D66 wil dat in samenwerking met de georganiseerde sport gepoogd
wordt om gekwalificeerde trainers aan te trekken en te behouden. In
samenwerking met het Olympisch steunpunt kan het mobiliteitscentrum van
de gemeente bemiddelen bij het zoeken naar een andere baan. Een
combinatie van taken van een trainer die bestaat uit schoolsport en
verenigingssport werkt ook heel goed. Daarmee komt in de persoon de
gewenste link tussen binnen- en buitenschoolse sport tot uitdrukking. De
relatie tussen sport en welzijn moet worden versterkt. In veel steden
in Nederland (onder andere Utrecht) spelen bekende sporters een rol in
het welzijnsbeleid; zij functioneren als coach en voorbeeldfiguur voor
(randgroep)jongeren. Het mes snijdt aan twee kanten: sport en welzijn
worden allebei gediend. Deze aanpak die aansluit bij de filosofie van
'empowerment' blijkt succesvol te zijn. D66 wil deze welzijnscomponent
voortaan ook inbrengen bij evenementen. De actieve inzet van sporters
in het gemeentelijk onderwijs- en welzijnsbeleid zal (mede tot genoegen
van de sporters) als voorwaarde worden gesteld voor subsidiering. Ook
de relatie tussen sport, vensterschool en buitenschoolse opvang
verdient alle aandacht. Ook
in de ruimtelijke ordening moet rekening worden gehouden met de sport.
D66 wil sport integreren in de plannen voor Groningen Oost. In de
Middelsterplas wordt een aparte zone aangebracht voor duikers,
gescheiden van sportvissers. In ruil hiervoor zouden de
duikverenigingen beheertaken kunnen uitvoeren. D66 wil dat het
volledige gebied rond de Hoornse plas voor naaktrecreatie wordt
opengesteld, op een aparte zone na, voor mensen die graag een badpak of
een zwembroek dragen. Sportaccommodaties moeten in principe voor alle
sportverenigingen open staan. Op dit moment wordt aan organisaties de
voorwaarde gesteld van aansluiting bij een landelijke sportbond. D66
wil de subsidiesystematiek voor de verhuur van sportaccommodaties
flexibiliseren. Wat deed D66? 1.
Door inzet van de D66 wethouders werden miljoenen voor
sportaccommodaties ingezet en de onderhoudsbudgetten werden
substantieel verhoogd. 2.
D66 heeft zich ingezet voor de verbetering van het topsportklimaat.
Aansprekende evenementen als de Special Olympics en de Giro werden naar
Groningen gehaald. 3. D66 stond pal achter FC Groningen in de moeilijke periode die de club heeft doorgemaakt. Wat gaat D66 doen? 1. D66 zal zich blijven inzetten voor de toekomst van FC Groningen. 2. D66 wil doorgaan met de inzet voor een versterkt topsportklimaat. 3.
D66 zal zich inzetten voor het afschaffen van het onderscheid tussen
burgerverenigingen en studentenverenigingen in relatie tot de
gemeentelijke subsidies. 4.
D66 zal zich sterk maken voor de vernieuwing van de recreatieve functie
van het stadspark als groene long van de stad. 5.
De bijdrage vanuit de stadjerspas voor sport en recreatie (ook voor
lidmaatschappen van verenigingen) dient te worden verhoogd zodat gebrek
aan geld geen belemmering hoeft te zijn voor het beoefenen van sport. 6.
D66 pleit in het kader van speeloases voor kinderen voor 'Parijse'
ronde vijvers in parken waar kinderen met zeilbootjes kunnen spelen. Speeloases voor kinderen D66
wil in Groningen een of meer grote speeloases bouwen voor kinderen. Een
speeloase is een groot speelpark in een mooie groene omgeving met
speelmogelijkheden voor verschillende leeftijden. De oase biedt niet
alleen plaats aan het traditionele klim- en glijwerk maar ook spelen
met water (pompen en sluizen en dammen), slingerende paadjes met
hangbruggen en sportmogelijkheden als een skeelerbaan. D66 wil de
speeloases inpassen in bestaande gebieden zoals Kardinge/Noorddijk, de
Hoornse plas en het nog te ontwikkelen Meerstad. Groningen watersportstad D66
wil meer ligplaatsen voor pleziervaartuigen in de stad met een
duidelijke routing voor watersporters door de stad. En een beleid dat
erop gericht is Groningen onder de aandacht te brengen van toervaarders
vanwege de ideale ligging van Groningen op het kruispunt van 8 (!)
vaarwegen.
Van
oudsher kiest D66 voor werkelijk duurzame ontwikkeling. Dat betekent:
een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie,
zonder de mogelijkheden van de rest van de wereld en van volgende
generaties aan te tasten. Bij duurzame ontwikkeling gaat het om meer
dan milieubeleid alleen. Het gaat daarbij om een evenwicht tussen
sociale, economische en ecologische vraagstukken. D66 realiseert zich
dat de gemeente in het proces van duurzame ontwikkeling - dat voor een
deel van nationale, en voor een nog groter deel van internationale
afspraken afhankelijk is - niet de hoofdrol kan spelen. Daar waar de
gemeente wel iets kan doen, dient dat met kracht te gebeuren. Groningen
zou een voorhoedepositie moeten hebben op het gebied van duurzaam
bouwen. Dat geldt voor nieuwbouw en herstructurering. Vernieuwende
voorbeeldprojecten moeten leiden tot de ontwikkeling van daadwerkelijk
beleid. Duurzaam bouwen moet in de eerste plaats gericht zijn op
particulieren. Dat betekent voldoen aan een vraag. De ene burger
is bereid meer te investeren dan een ander. Het dubo-aanbod moet dan
ook divers zijn. Zonder goede voorlichting over de voordelen van
duurzaam bouwen is er bovendien geen vraag Duurzaam
bouwen gaat vanzelfsprekend gepaard met duurzaam ruimtegebruik. D66 is
een voorstander van de compacte stad, waarin stadsdelen verbonden
worden door openbaar vervoer en niet door particulier autogebruik. In
de compacte stad wordt intensief gebruik gemaakt van openbare ruimte en
gebouwen. Zeggenschap van burgers over de inrichting van "hun" openbare
ruimte is daarbij essentieel. Om dit mogelijk te maken en overzicht te
houden over de indeling van de ruimte is het noodzakelijk dat
bestemmingsplannen actueel blijven. D66 pleit dan ook voor een
jaarlijkse evaluatie met de meest betrokkenen. Slimme
vormen van energiegebruik, bijv. zonneboilers en intelligente
straatverlichting, zouden door de gemeente zelf gebruikt en bij anderen
gestimuleerd moeten worden. In nieuwe wijken moet regenwater en
afvalwater worden gescheiden. Dit draagt bij aan een natuurlijk
waterbeheer. Ook in de bestaande stad moet worden bekeken wat op dit
gebied mogelijk is. Alle kosten die bij drinkwater horen moeten worden
verrekend in de kostprijs: de vervuiler betaalt. Zuiveringsheffing en
rioolbelasting kunnen dan worden afgeschaft, en er ontstaat een veel
eerlijker verdeling. Een
schone stad is nog geen leefbare stad, maar dat neemt niet weg dat
zwerfvuil bestreden dient te worden. D66 wil daarom meer vuilnisbakken
in de stad en bij het openbaar groen (die regelmatig geleegd worden!)
en een scherpere controle op het schoonhouden van de eigen omgeving
door bedrijven (supermarkten, benzinestations). Ook zou de gemeente
opruimmateriaal beschikbaar moeten stellen aan wijkteams en inwoners.
In eerste instantie moet het gemeentelijk beleid zich richten op het
voorkomen van afval. Waar mogelijk moeten materialen worden
hergebruikt. Twee voorbeelden van hergebruik die D66 in zou willen
voeren, zijn: buurt-groencontainers voor tuinafval -de buurt maakt zo
z'n eigen compost- en inzameling van wegwerpluiers bij
kinderdagverblijven en bejaardenhuizen (een bedrijf in Arnhem verwerkt
deze luiers tot papier en plastic). Doordachte
inrichting en onderhoud van openbare ruimte in samenhang met
particulier groen en de ecologische dragers in de omgeving kunnen de
natuur binnenhalen in de stedelijke omgeving. Het gemeentelijk
ecologisch beleid komt nog onvoldoende uit de verf. D66 wil dat
stadsecologie een belangrijker rol gaat spelen. De stadsecoloog doet
goed werk, maar kan hier onmogelijk in z'n eentje garant voor staan.
D66 wil een op zichzelf staande sterke unit stadsecologie op poten
zetten die opereert vanuit de boezem van het gemeentelijk apparaat. Natuur-
en milieueducatie in de wijk en op scholen is een wezenlijk onderdeel
van gemeentelijk milieubeleid. Moestuintjes op school en
kinderboerderijen zijn bij uitstek plaatsen waar kinderen leren
zorgzaam om te gaan met planten en dieren. Nu de mus het gevaar loopt
een met uitsterven bedreigde diersoort te worden, lijkt het D66 een
goed idee om het voor duizend (jeugdige) Stadjers mogelijk te maken om
een nestplaats voor mussen te adopteren. Natuur- en milieueducatie voor
volwassenen is het meest effectief als zij uitgaat van de vragen die
mensen zelf hebben. D66 wil dat er een rubriek, zowel in de
huis-aan-huisbladen als op Internet, komt waar burgers terechtkunnen
met vragen over milieuvriendelijk huishouden, klussen en tuinieren. Wat deed D66? 1. D66 bedacht het Milieuluisterpanel waarmee het thema milieu de studeerkamer verliet. 2.
D66 vroeg met succes aandacht voor de kwaliteit van het
oppervlaktewater en de grote risico’s van veronachtzaming van de
bodemvervuiling. 3.
De talrijke kinderschaar van de D66 milieuwoordvoerder wordt vanaf het
moment van geboorte milieuvriendelijk opgevoed. Wat gaat D66 doen? 1.
D66 wil in de komende periode vijftig procent van alle
nieuwbouwwoningen op een strikt duurzame wijze realiseren. 2.
D66 wil een sterke aparte afdeling Stadsecologie realiseren met
minstens drie medewerkers naast de huidige stadsecoloog. 3.
D66 wil dat 75 procent van de wegwerpluiers van kinderdagverblijven en
verzorgingstehuizen worden gerecycled. 4. D66 zal zich sterk maken voor meer groen in de binnenstad. 5. D66 wil dat ten minste op alle nieuwe openbare gebouwen zonnepanelen worden aangebracht. Duizend nestelplaatsjes voor de bedreigde huismus In
rap tempo verliest de oude en vertrouwde huismus (tjilp) positie in de
straten en buurten van Groningen. Door de nieuwe en meer efficiënte
vormen van bouwen kan het beestje nauwelijks meer geschikte plaatsen
vinden om in te nestelen. D66 vindt het doodzonde dat deze vrolijke
vogel zijn plekje in het openbare stadsleven verliest. Daarom wil D66
dat 1000 jonge stadjers een 'mussendakpan' ontvangen voor de bedreigde
huismus om deze in kleine groepen op de daken van huizen en scholen te
plaatsen.
Het
gaat goed met de Nederlandse en dus ook met de Groningse economie. In
de afgelopen jaren zijn er duizenden banen in de stad bijgekomen. Dat
is natuurlijk niet alleen het gevolg van de (inter)nationale
economische ontwikkeling. De lokale overheid speelt een belangrijke rol
bij het verbeteren van het vestigingsklimaat, bij het aanleggen en
onderhouden van bedrijventerreinen en voor de strategie die ertoe
bijdraagt dat er een geslaagde koppeling tot stand komt tussen nieuwe
bedrijvigheid en het in de stad aanwezige arbeidspotentieel. D66 heeft
zich in het verleden sterk gemaakt voor een economische ontwikkeling
die zich - binnen de kaders van duurzaamheid - richt op het verstevigen
van de Groningse economische infrastructuur. Voor het Groningse
economische beleid blijft de komende jaren gelden dat het zich - gelet
op het enorme potentieel aan hoog opgeleiden in de Stad - vooral moet
richten op het aantrekken van kennisintensieve bedrijvigheid. Om
de arbeidskansen van lageropgeleiden te bevorderen, dient het project
dat gericht is op het verbeteren van de aansluiting tussen VMBO en
bedrijfsleven met kracht te worden voortgezet. Met
steun van D66 is er veel is er geïnvesteerd in bedrijventerreinen. Zo
werd Groningen een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven,
speciaal voor bedrijven in de informatietechnologie, de (bio-)medische
sector, de communicatiesector, transport en distributie en de
scheepsbouw. Deze sectoren zijn belangrijke speerpunten voor stad en
regio. In samenwerking met instellingen als de Rijksuniversiteit
Groningen de Hanze Hogeschool dienen deze verder tot ontwikkeling
worden gebracht. Er dient een landelijke keus gemaakt te worden voor
Groningen als concentratiepunt van aan genoemde sectoren gelieerde
opleidingen. De
samenwerking op deze terreinen met Veendam, Delfzijl en Eemsmond en de
provincie moet worden geïntensiveerd. Evenals met gemeenten die in de
regiovisie de economische ontwikkeling van dit gebied moeten dragen.
Voor de ontwikkeling van de genoemde sectoren dient in de stad
voldoende ruimte te worden vrijgemaakt. De
rijksoverheid dient de economische structuurversterking van Groningen
te blijven ondersteunen, op een manier die recht doet aan de bijdrage
(in de vorm van aardgas) van de regio aan de nationale welvaart. Voor
de economische ontwikkeling van de regio Groningen is reistijd
belangrijker dan de fysieke afstand. Groningen Airport Eelde is van
belang voor de economische uitstraling. Zolang er geen hoge
snelheidstreinverbinding is, blijft de luchthaven noodzakelijk voor de
snelle verbindingen. Mede daarom maakt D66 zich sterk voor de aanleg
van de snelle magneetzweefbaan verbinding tussen Groningen, de Randstad
en het Duitse achterland. D66
meent dat de gemeente een bijdrage moet leveren aan de economische
vitaliteit van de binnenstad. Ook daarom is het van belang dat de
Noord- en Oostzijde van de Grote Markt wordt aangepakt. Evenzeer is het
van belang dat er geïnvesteerd wordt in het gebied op en rond het
Damsterdiep. Voor de economische ontwikkeling van de Oostelijke
binnenstad is dat van het grootste belang. De braindrain van jong
talent uit het Noorden moet gestopt worden. De gemeente moet
samenwerken met de Rijksuniversiteit Groningen, Hanzehogeschool en de
FNV om de uittocht van talentvolle jongeren uit Groningen, Friesland en
Drenthe naar de Randstad of het Zuiden, tegen te gaan. D66
maakt het werven van milieuvriendelijke én milieugerelateerde
bedrijvigheid tot een specifieke doelstelling van haar economisch
beleid. Dat betekent niet alleen het stimuleren van de ontwikkeling van
kleinschalige en milieuvriendelijke bedrijven, maar ook het aantrekken
van bedrijven die zich bezighouden met bijv. bodemsanering,
afvalverwerking en hergebruik. De kracht van Groningen ligt in het
vinden van technische oplossingen voor milieuproblemen. De Groningse
kennisinstellingen en bedrijven dienen gestimuleerd te worden om te
werken aan duurzame technologische systemen van morgen. Met deze kennis
en kunde kunnen de Groningse bedrijven zich op de markt profileren. Bij
een nieuwe vergunning dient het bedrijf een actieprogramma voor een
preventieve aanpak op te stellen. Een milieuteam kan informatie
verstrekken aan bedrijven en instellingen over besparingen en slimme
oplossingen voor milieuvraagstukken. Bij het verlenen van een
vergunning moet niet alleen worden gekeken naar de normen van één
bedrijf, maar ook naar de gezamenlijke milieudruk of overlast van een
gebied. Ook voor bedrijven werkt milieuzorg kostenbesparend. Wat deed D66? 1.
D66 heeft zich sterk gemaakt voor het aanleggen van nieuwe, en het
revitaliseren van oude bedrijventerreinen. 2.
D66 heeft bij herhaling gepleit voor de versnelde ontwikkeling van het
"bronpunt" Damsterdiep. 3.
D66 lanceerde het initiatiefvoorstel Buurtontwikkelingsmaatschappij,
dat mede tot doel heeft de kleinschalige bedrijvigheid in woonwijken te
bevorderen. Wat gaat D66 doen? 1.
D66 bepleit een belastingsklimaat (ook lokaal) dat stimulerend is voor
bedrijven. Starters moeten daarbij extra faciliteiten (vrijstellingen)
krijgen. 2.
Naast de snelle ontwikkeling van "Europapark" en "Eemspoort" moeten
volgens D66 nog niet aangepakte bedrijventerreinen worden
gerevitaliseerd. 3.
D66 wil dat er zo spoedig mogelijk een snelle
zweeftreinverbinding met de Randstad en met Duitsland
gerealiseerd wordt. 4.
D66 wil dat er meer geïnvesteerd wordt in faciliteiten voor
vrachtvervoer over water en rail. 5. D66 wil dat het bronpunt Damsterdiep in de komende periode wordt ontwikkeld. 6. D66 zet zich in voor het behoud van de kleine ondernemingen en buurtwinkels. Investeren in Groningen Economische
activiteit is het beste werkgelegenheidsbeleid! Daarom wil D66 blijven
investeren in Groningen. Investeren in de aantrekkelijkheid van de stad
als vestigingsplaats, door goede bedrijventerreinen, goede
infrastructuur en een optimale ondersteuning van en dienstverlening aan
het bedrijfsleven door de gemeente. 11 Ruimtelijke ordening en Volkshuisvesting De
ruimte om ons heen is van ons allemaal. Dat besef vergt een overheid
die op een zorgvuldige wijze omgaat met de inrichting van de openbare
ruimte. Groningen heeft een lange traditie van enerzijds die
zorgvuldige aanpak en anderzijds een keuze voor gedurfde architectuur
en stedenbouw. D66 is van mening de stad Groningen die twee kwaliteiten
in de toekomst moet handhaven en uitbouwen. Steden zijn nooit af en ook
de stad Groningen is nooit af. En dat moet zoals de Groningse traditie
het wil gebeuren met respect voor het bestaande en ruimte voor
vernieuwing. Groningen moet de stad blijven die op die manier ook
grenzen verlegt. D66
zal zich in de komende periode blijven inzetten voor de kwaliteit van
woningen en de woonomgeving. Waar verpaupering dreigt blijft
vernieuwing noodzakelijk. D66 heeft zich in de afgelopen periode
gecommitteerd aan de wijkvernieuwing en zal dat ook in de komende jaren
blijven doen. Niet omdat slopen een doel op zich is, maar wel omdat het
revitaliseren van wijken door middel van groen, bedrijfsruimten, meer
koopwoningen en meer sociale structuur van groot belang blijft, met
name in de naoorlogse wijken. Dit geldt overigens vanzelfsprekend ook
voor nieuwe wijken. D66 staat pal voor de kwalitatieve verbeteringen
van die gebieden. Samen met de woningstichtingen dient de
gemeente er wel voor te zorgen dat voor hen die dat nodig hebben de
betaalbare woningvoorraad op peil blijft. D66 streeft ernaar om in en
rond het stadscentrum en de wijkcentra ruimte te maken voor ouderen- en
jongerenhuisvesting, aangezien deze groepen afhankelijk zijn van
voorzieningen op korte afstand en het openbaar vervoer. D66
steunt de ontwikkeling van de nieuwe woonwijk Meerstad. Kwalitatief
hoogstaande nieuwbouw blijft nodig om voldoende jonge gezinnen aan de
stad te binden. Bovendien hebben wij ons – door de instemming met de
Regiovisie – gebonden aan die ruimtelijke oplossingen die in regionaal
verband moeten worden gevonden. Door de ontwikkeling van Meerstad
blijft het mogelijk de harde stadsgrens te bewaken. De contouren van de
al gepresenteerde ontwikkelingsvisie voor Meerstad worden door ons
onderschreven. Bij verdere nieuwbouw denkt D66 vooral aan verdichting,
waarbij wij positief staan tegenover verdergaande hoogbouw in de stad.
D66 vindt daarnaast dat er met Duurzaam en Aanpasbaar bouwen veel
serieuzer moet worden omgegaan dan tot nu toe het geval is. Voor
wat betreft de binnenstad menen wij dat het Referendum duidelijk heeft
laten zien dat Stadjers onze Grote Markt zien als iets dat van iedereen
is. D66 steunt het open plan proces dat na het referendum is gestart
dan ook van harte. Voor ons is duidelijk dat de inwoners van de stad de
voorgestelde oplossing voor het probleem op de Grote Markt hebben
verworpen, maar dat daarmee het probleem zelf niet is verdwenen. Wij
steunen het proces waarbij gekeken wordt naar grondige vernieuwing van
de Noord- en Oostwand van de Grote Markt. D66
is van mening dat de Diepenring moet worden aangepast op zo’n wijze dat
de Diepenring weer echt onderdeel wordt van onze prachtige binnenstad.
Op dit moment is het vooral een doorgaande ring voor autoverkeer. Er
moeten tenminste fietspaden worden aangelegd en onderzocht moet worden
op welke wijze de Diepenring ook voor voetgangers en recreanten
aantrekkelijker gemaakt kan worden. D66 handhaaft daarnaast zijn
pleidooi voor een grondige aanpak van het Damsterdiep. De
dominantie van een bepaald horecaconcept in grote delen van de stad is
geen onverdeeld positief verschijnsel. Het zou D66 een lief ding waard
zijn als de monotonie van de Poelestraat en omgeving zou kunnen worden
doorbroken. Er is sprake van een eenzijdig aanbod dat zich op een
beperkte doelgroep richt. In de binnenstad horen de verschillende
functies (uitgaan, winkelen, wonen, cultuur) in evenwicht tot
uitdrukking te komen. Een multifunctioneel stadshart geeft de beste
garanties voor een leefbaar geheel. Overigens vinden wij dat er meer
bankjes in de binnenstad moeten komen. Meer
en meer steden zijn 's avond en 's nachts mooi verlicht. D66 wil dat er
ook voor Groningen een aanlichtingsplan wordt gemaakt, zodat de
schoonheid van Groningen ook in de nacht en in de avonduren goed tot
recht zijn kan komen. D66 wil graag dat de stad met sprankelende
fonteinen wordt verlevendigd. In
een grote stad is er altijd de strijd tussen de (toekomstige) bewoners
die een huis met een grote tuin willen en de belangen van het milieu en
de natuur om juist het ruimtebeslag voor woningbouw te beperken. In
Almere hebben ze de toekomstige bewoners van nieuwbouwwijken invloed
gegeven over de detailinvulling van de woning en de woonomgeving. Dat
heeft ertoe geleid dat de woonconsument de woning krijgt die hij of zij
wil, maar het heeft er ook toe geleid dat er minder ruimtebeslag per
woning noodzakelijk was. Dat is goed voor het behoud van de natuur,
zorgt voor een afwisselend wijkbeeld en tevreden bewoners. D66 is van
mening dat die manier van werken in Groningen aangevuld met eisen met
betrekking tot het gebruik van duurzame grondstoffen de norm moet
worden. Dat geldt zeker voor de nieuw te bouwen wijk Meerstad. Wat deed D66? 1.
D66 lanceerde het initiatiefvoorstel voor een Buurt
Ontwikkelingsmaatschappij als middel om meer sociale samenhang en
economische ontwikkeling te brengen in de oude stadswijken. 2.
D66 heeft gepleit voor minder regels en bureaucratie bij het
(ver-)bouwen van een eigen huis. 3.
D66 heeft zich met succes verzet tegen de voorkeursbehandeling van
relaties van projectontwikkelaars bij het uitgeven van nieuwgebouwde
woningen. Wat gaat D66 doen? 1.
D66 bepleit een grondige aanpak van zowel de Noord- als de Oostzijde
van de Grote Markt, met inachtneming van de uitkomsten van het
interactieve beleidsproces met het Grote Marktforum. 2. D66 vindt dat er voldoende huizen in de goedkope koopsector beschikbaar moeten zijn. 3.
D66 bepleit evenwichtige wijken: evenwichtig in alle opzichten. Dat
betekent koop- en huurwoningen, sociale- en vrije sector woningbouw.
Dit geldt voor oude en nieuwe wijken. 4. D66 wil dat er voldoende woonruimte is voor studenten in onze stad. 5. D66 wil experimenten met werkelijk duurzaam bouw met subsidie van de gemeente. 6.
Bij de herstructurering van de oude stadswijken dient het behoud van
een voldoende aantal woningen in de goedkoopste sector het uitgangspunt
te zijn. Straathelden De
kleur van de binnenstad van Groningen wordt meebepaald door veel
markante figuren. Door de jaren hebben wij afscheid moeten nemen van
straathelden als Jan Roos, Ferdinand en vele anderen. Als eerbetoon en
ter herinnering wil D66 de straatnamen in een van onze nieuwe wijken
noemen naar eigenzinnige en artistieke vrijbuiters. Het Babylon van het Noorden Er
zijn vele Groninger (platte) daken en (randen van) parkeerdekken die
ook gebruikt zouden kunnen worden als tuin- of kijkgroen en daarmee
Groninger een stuk groener en aantrekkelijker kunnen maken. De gemeente
dient in gesprek te gaan met buurten waar daktuinen meerwaarde kunnen
opleveren voor de buurt. Bewoners en gemeente kunnen dan samen een
actieplan opstellen om dit te bevorderen. Het scheepvaartkwartier D66
pleit voor een stevige herontwikkeling van het Damsterdiep in samenhang
met de Oosterhaven. Waarbij een parkeervoorziening wordt gemaakt onder
het Damsterdiep met een parkje erboven en ontwikkeling van de
Oosterhaven met een boulevard, meer aanlegplaatsen, terrassen en
restaurantjes.
“Mobiliteit
mag”, Minister Netelenbos heeft het zelf gezegd. Maar als het mag, moet
het dan ook altijd? Dat is de meest centrale vraag van eigentijds
mobiliteitsbeleid. Naar de mening van D66 is het niet aan de overheid
te bepalen wie zich wanneer en op welke wijze mag verplaatsen. Wel is
het een overheidstaak om binnen het totaal van verkeersmogelijkheden
sturend op te treden. Op die wijze wordt gewenst gedrag beloond en
ongewenst gedrag ontmoedigt. Zo staat D66 al jaren lang een beleid voor
dat gebruik van het openbaar vervoer en de fiets stimuleert en het
onnodig gebruik van de auto afremt. Met name dat laatste is lastig,
want de meeste mensen ervaren het bezit en het gebruik van een auto als
een individuele verantwoordelijkheid. Maatregelen die het autogebruik
ontmoedigen, worden – in sommige kringen – al snel gezien als “autootje
pesten”. Dat laatste wil D66 niet. Wij willen dat er enerzijds ruimte
is voor het noodzakelijke autoverkeer en anderzijds alles in het werk
stellen om onnodig autogebruik te ontmoedigen. Dat laatste kan met name
door een sturend beleid met betrekking tot infrastructuur en parkeren
en een stimulerend beleid met betrekking tot openbaar vervoer en de
fiets. D66
bepleit al jaren dat het mogelijk moet zijn eigen gemeentelijke
middelen in te zetten voor het openbaar vervoer. Tot nu toe beperkt de
gemeentelijke overheid zich te veel tot het doorsluizen van
rijksuitkeringen. Als we werkelijk willen dat mensen meer gebruik maken
van de bus – en als het aan D66 ligt straks van tram en light-rail –
dan moeten we er meer in investeren. Ook al omdat het openbaar vervoer
niet alleen een alternatief is voor de auto, maar voor sommige mensen
is de bus de enige manier om zich te verplaatsen. In die zin is het
openbaar vervoer ook een sociale voorziening, die gemeentelijke
ondersteuning verdient. Vervoer over grotere afstanden in en rond de
stad moeten via hoogwaardig openbaar vervoer en light rail worden
verbeterd. Tegen 2005 moeten alle stadsbussen op gas of elektriciteit
rijden. Taxibedrijven moeten worden verplicht de schoonste auto's te
gebruiken. D66
blijft voorstander van een autoluwe binnenstad. Verbeteren en verkorten
van de logistieke keten zou moeten leiden tot minder overlast van
aanvoer bij bedrijven in de binnenstad. Nieuwe parkeergarages moeten in
beginsel worden gebouwd aan de rand van de binnenstad. D66 is van
mening dat de bovengrondse parkeergarages in de binnenstad, waar
noodzakelijk, zouden moeten worden vervangen door ondergronds parkeren,
vooral wanneer een combinatie met ondergronds laden en lossen mogelijk
wordt. De bewegwijzering naar culturele voorzieningen en historische
attracties dient te worden verbeterd. D66
houdt vast aan het uitgangspunt dat eerst alle mogelijkheden van het
openbaar vervoer, van het aanleggen van transferia en van het
investeren in niet aan de automobiliteit gerelateerde infrastructuur
moeten worden uitgeput, voordat over gegaan wordt tot het aanleggen van
een zuidtangent. Wat deed D66? 1.
D66 zette zich in voor grote investeringen in fietsvoorzieningen. 2.
D66 bepleitte de inzet van eigen gemeentelijke middelen voor het
openbaar vervoer. 3.
D66 maakte zich sterk voor de aanleg van de magneetzweefbaan als
verbinding tussen Groningen, de Randstad en het Duitse achterland. Wat gaat D66 doen? 1.
Wij willen dat er meer geïnvesteerd wordt in de Groningse
fietsvoorzieningen. Er moet een aantal fietssnelwegen komen, het aantal
fietsenstallingen (in de wijken, het centrum en bij het station) moet
worden uitgebreid en er dienen wachttijdvoorspellers te komen voor
fietsers bij cruciale stoplichten. Bij aanleg van nieuwe wegen wordt
rekening gehouden met skeelers. 2.
Het boekje met het aanbod van openbaar vervoer (inclusief de
dienstregelingen) en fietsroutes en -voorzieningen moet weer jaarlijks
gratis worden uitgedeeld 3.
D66 wil in dat er in de komende jaren een begin wordt gemaakt met
lightrail en tram. 4.
D66 bepleit een sturend parkeerbeleid. Het systeem van
“schilparkeren”dient te worden uitgebreid naar die wijken die nu
overlast ondervinden van wijkvreemd parkeren. 5.
D66 blijft bereid gemeentelijke middelen in te zetten voor het openbaar
vervoer. 6.
D66 vindt dat er zo snel mogelijk een hogesnelheidsverbinding moet
komen met de Randstad. 7.
D66 wil de stad beter bereikbaar maken voor mindervaliden. Ruim baan voor de fiets! D66
wil dat er veel meer geïnvesteerd wordt in de infrastructuur voor
fietsen. Groningen doet weliswaar al jaren mee in het klassement van
meest fietsvriendelijke steden, maar dat op zich is geen reden om
tevreden te zijn. In Groningen kom je bijna overal sneller op de fiets
dan met de auto. Je moet alleen wel weten hoe. D66 pleit daarom voor de
aanleg van fietssnelwegen (bewegwijzerde snelle routes) en groene
kruispunten, waarop fietsers voorrang hebben. Bekende knelpunten voor
fietsers dienen te worden weggewerkt. In wijken, het centrum en
vooral bij het Centraal Station is nog steeds behoefte aan extra
fietsenstallingen. D66 wil dat de wandelgebieden in de binnenstad na
sluitingstijd van de winkels worden opengesteld voor fietsers. In de
wijken komen zo veel mogelijk gesloten buurtfietsenstallingen.
Veiligheid
is meer dan alleen lage criminaliteitscijfers. Veiligheid heeft veel te
maken met de beleving van de veiligheid. De overheid moet met beide
kanten van het begrip veiligheid rekening houden. Veiligheid komt niet
alleen tot stand door meer blauw op straat, maar ook door nadenken over
hoe je een stad inricht. Gevoelens van onveiligheid kunnen verminderd
worden door samenwerking en overleg tussen politie en gemeentelijke
diensten op het gebied van openbare orde en veiligheid, welzijn en
ruimtelijke ordening. De overlast die jongeren soms bezorgen kun je
voor een groot deel teniet doen door jongeren in elke wijk een eigen
plek en activiteiten te geven. In een veilige omgeving durven mensen
elkaar ook aan te spreken op gedrag. Veiligheid
begint met preventie van inbraak en diefstal door bedrijven en burgers
zelf. Gemeenten en politie steunen particuliere initiatieven met
adviezen en, daar waar nodig, financiële middelen. Ouderen en
mindervaliden verdienen extra aandacht. Bij inrichting of herinrichting
van de openbare ruimte moet de omgeving veel zorgvuldiger worden
beoordeeld op veiligheidsaspecten. Enge fietstunnels worden
bijvoorbeeld verlicht. Door buurtbemiddeling kunnen burgers zelf
oplossingen aandragen voor problemen in de omgeving. De
buurtbemiddeling wordt ondersteund door politie en het openbaar
ministerie, Jongeren moeten meedenken bij het opstellen van
veiligheidsbeleid. Als onderdeel van het veiligheidsbeleid moet ook
geweld binnenshuis worden voorkomen en bestreden. D66 is voorstander
van de mogelijkheid om voor kleine criminaliteit, zoals fietsendiefstal
en burenoverlast, aangifte te doen via internet en/of telefoon. Als
alternatief voor straffen via het Openbaar Ministerie mag de gemeente
tegenwoordig bij lichtere vergrijpen (bijvoorbeeld
verkeersovertredingen, drugsoverlast, horecaoverlast) zelf maatregelen
treffen. D66 vindt dat de gemeente hier zoveel mogelijk voor moet
kiezen. Dit stimuleert een democratisch ingebed en geïntegreerd
veiligheidsbeleid, waarbij ook de volksvertegenwoordiging
nadrukkelijker betrokken is. Zo worden afwegingen tussen maatregelen
(van voorkomen tot en met uitbannen) doorzichtiger gemaakt. Het
jarenlang gevoerde gedoogbeleid hoeft niet op de helling, maar moet wel
selectiever en minder vaak worden toegepast. Voor
het bestrijden van criminaliteit is kennis van de verschillende vormen
van criminaliteit en van specifieke risicogroepen, van daders en van
slachtoffers, onontbeerlijk. Hiernaar moet meer onderzoek worden
verricht. De praktijk bewijst dat alleen op basis van zulk inzicht
criminaliteit en vandalisme bij groepen jongeren kan worden
teruggedrongen. Om dit mogelijk te maken pleit D66 voor het verbeteren
van het informatiesysteem dat wordt gebruikt door politie, justitie en
hulpverlening. Investeringen in informatietechnologie moeten onder
andere leiden tot een volgsysteem van jeugdige cliënten. D66
is van mening dat psychiatrische drugsverslaafden niet in de gevangenis
thuishoren. Er moeten meer mogelijkheden komen om deze
verslaafden met zorg te begeleiden, opdat ze wat aan hun manier van
leven kunnen doen. Echter verslaafden die ondanks een adequaat
hulpverleningsaanbod toch voortdurend voor overlast en criminaliteit
zorgen, moeten weten dat crimineel gedrag niet getolereerd wordt. Dat
zal dan ook snel en effectief tot bestraffing moeten leiden. Tot
slot ziet D66 twee mogelijkheden om het werk van politie te verlichten.
Een groter aantal stadswachten moet meer bevoegdheden en
verantwoordelijkheden krijgen. Bureauwerk dient in toenemende mate door
kantoorpersoneel te geschieden, zodat de politie tijd overhoudt voor
andere zaken. D66 blijft zich dus sterk maken voor meer blauw op straat. Wat deed D66? 1. D66 heeft gepleit voor meer celcapaciteit. 2. Mede dankzij D66 keerden de Jeugd- en Buurtagenten terug. 3. D66 is zich blijven inzetten voor meer blauw op straat. 4.
D66 heeft zich ingezet voor het ondersteunen van projecten die de
sociale verbondenheid ondersteunen. Wat gaat D66 doen? 1.
D66 wil concrete en toetsbare wijkveiligheidsplannen waarvan de
resultaten ieder jaar getoetst worden. 2. D66 wil meer afstemming tussen de politie en hulpverleningsinstanties en wil depolitie actief betrekken bij het sociaal beleid en het hulpverleningsbeleid. 3.
D66 wil dat de gemeente de drang en dwangprojecten om verslaafden tot
een meer maatschappelijke levensstijl te "verleiden" ondersteunt.
4. D66 wil dat het aantal gebruiksruimtes uitbreiden. 5.
D66 wil meer blauw op straat, onder meer door het inzetten van
wijkagenten en door uitbreiding van het aantal stadswachten. 6.
D66 wil een verbetering van de verkeersveiligheid voor fietsers en een
harde aanpak van fietsendiefstallen.
De
afgelopen jaren heeft de gemeente haar begroting op orde gebracht. De
reserves zijn nu op een redelijk niveau en in de afgelopen 4 jaar heeft
de gemeente kunnen beschikken over forse extra inkomsten. Die extra
inkomsten zijn mede te danken geweest aan de zeer gunstige economische
ontwikkelingen in Nederland en de wereld. Na de enorme economische
groei van de afgelopen jaren, lijkt de economie in een wat kalmere
versnelling te zijn gekomen. Mochten als gevolg daarvan de
gemeentelijke inkomsten teruglopen, dan sluit D66 nieuwe bezuinigingen
niet uit. In
de komende 4 jaar zal de gemeentelijke organisatie zich moeten
aanpassen aan de wensen van de moderne burger. Die aanpassing betreft
dan zowel de ontwikkelingen op het gebied van ICT, interactieve
beleidsontwikkeling als de verandering van een aanbodgerichte sturing
naar vraaggerichte sturing. Dat laatste betekent voor D66 dat de klant
keuzes moet hebben voor zover dat realiseerbaar is. Die
keuzemogelijkheden van de klant zijn met name daar van belang, waar de
burger hulp nodig heeft en het effect van de hulp ook te maken heeft
met de relatie die men heeft met de betrokken medewerker. De
gemeente staat dus voor de gigantische opgave om fors te investeren in
ICT, de professionalisering en flexibilisering van haar personeel en
het organiseren van keuzemogelijkheden voor haar klanten terwijl de
financiële middelen wel eens minder zouden kunnen gaan groeien. Als we
de burgers serieus willen nemen en een goed product willen kunnen
bieden is investeren wel noodzakelijk. In
wijken en buurten dient de samenwerking en afstemming tussen openbare
werken en de milieudienst te worden verbeterd en dienen burgers meer
invloed te krijgen op de inzet van beide organisaties in de eigen buurt
of wijk. Wijkgebonden ambtenaren dienen een werkplek in de wijk te
hebben zodat ze zichtbaar aanwezig zijn. D66
blijft voorstander van initiatieven die de instroom van jongeren binnen
de gemeentelijke organisatie bevorderen. D66 streeft ernaar de
mogelijkheden voor flexibele pensionering optimaal te benutten. Het onderwerp ICT moet worden ondergebracht bij een wethouder. Wij
blijven van mening dat de organisatieontwikkeling de takendiscussie
volgt. Wij zijn tegen grootschalige reorganisatie gericht op het
maximaliseren van taakafstoting en privatisering. Ervaringen in ander
gemeenten leren dat dit vaak leidt tot verhoging van de uitgaven bij
vermindering van politieke invloed. D66 wil geen terugtredende overheid, maar een activerende. |